vrijdag 18 december 2009

Be a traveller, not a tourist, pt. 8

Mijn nieuwe kamer wordt wanneer ik toekom bevolkt door twee jongens en een meisje. Zoals de helft van de hostelpopulatie in Sydney zijn ze Frans, en ik stel hen op hun gemak dat ze geen Ingliche moeten spreken als ze niet willen. Daarna zeg ik dat ze niet te veel moeten letten op mijn kleren, aangezien ik net van een job interview kom; ik heb geen zin om uit te wijden. De jongens heten Michael en Sebastien en we grappen wat over hoe Engelstaligen onze namen verbasteren. Het meisje heet Claudy en blijkt daar niet te resideren. Ik zie haar na die dag niet meer terug. Beide jongens hebben al de Oostkust gevolgd tot helemaal in het noorden, maar hebben nog niet gewerkt. Ze zijn elkaar tegengekomen ergens aan de Whitsundays, en sindsdien doen ze ongeveer alles samen. Vijf minuten later komen twee andere kerels binnen, genaamd Sofiane en Vincent. We vormen een volledig francofone kamer, en zoals iedereen zijn ze verbaasd dat ik zo vlot spreek in een vreemde taal - en dan hebben ze me nog geen woord Engels horen spreken ook. 's Avonds wordt duidelijk dat ik bij een stel epici beland ben, wanneer ze me voorstellen aan hun beste vriend goon. Ik had geklaagd dat alcohol hier zo duur is - een bak bier kost hier in de winkels 45$ ofte 30 euro - en ze lachen eens en halen een doos wijn boven. "Benoit, nous te presentons goon" zeggen ze, en vermelden dat die doos 12$ gekost heeft, voor 4 liter wijn ! Er moet een addertje onder het gras zitten, en jawel: tussen de ingredienten staat naast wijn ook eieren, melk en visproducten. Dat moet de goorste smaak ter wereld zijn, denk je dan, maar nee hoor, smaakt gewoon naar wijn. Er zitten geen brokken in of zo, 't is precies alsof je in de Colruyt wijn van 2 euro per fles koopt. Anyway met ons vijven maken we twee goons soldaat, en gaan door de stad cruisen. Ik heb mijn zonnebril mee, hoewel het elf uur 's avonds is - so I can, so I can keep track of visions in my eyes. Een beetje verder, in een cafe waarlangs ik al een paar keer gepasseerd ben, is een reggae-optreden bezig. Het is bijzonder druk en we zijn nogal dronken, dus we raken elkaar een keer of drie kwijt. Sofiane en Vincent zijn druk bezig met vrouwen versieren - het zal me benieuwen hoe ze denken vuile manieren te doen terwijl er nog vier andere gasten in de kamer liggen - en Seba, Mica en ik doen wat lichtzinniger onnozel met een paar zwarte meisjes die bij de band horen. Uiteindelijk vangen Sofiane en Vincent blijkbaar bot, en ze zijn een beetje pissig want ze zeggen dat ze gewoon gaan slapen. Niet lang daarna komen wij ook toe op de kamer, die al stinkt naar de kater van morgen.

dinsdag 18 november

Die dinsdag komt Virginie, een vriendin van Audrey, toe in Australie, en ik heb toegestemd om haar wat te ontvangen. We hebben een afspraak voor 's avonds rond 9u in Wake Up, maar ze is te moe om veel te bewegen en we maken een nieuwe afspraak voor de dag erna - ze heeft nog geen Australisch gsmnummer en dus moeten we zoiets a l'ancienne regelen. Tegen de volgende dag heeft ze zich een maat opgedaan die Geoffrey heet, maar minder wild is dan de heer Burgess. Ik begeleid hen bij het zoeken van een telefoonnummer, het registreren bij de bank, het kopen van een YHA-kortingkaart en ik toon hen wat de stad. Virginie is een klein opdondertje met een melodieuze stem en mooie ogen, maar heeft altijd een licht gemene trek om haar mond. Ze is half-Italiaans, half-Portugees en volbloed Parisienne, en spreekt bijgevolg ongelooflijk snel. Geoffrey is een rustige maar controlefreakerige jongen, die altijd wil weten waar we heen gaan en wat er gaat gebeuren. Ik probeer hem de eerste dag duidelijk te maken dat dit geen land is voor plannen, maar hij wil daar niet van horen. 's Avonds breng ik hen beiden mee naar mijn kamer in 790, zodat ze de epici kunnen ontmoeten en ik hen niet de hele tijd moet entertainen. Ze ontdekken goon en worden heel vrolijk. 's Avonds gaan we naar Side Bar, waar een zatte Engelsman nogal brutaal in Virginies kont knijpt en ze hem door middel van een gigantische scene laat buitensmijten door de security. We stellen haar wat op haar gemak, en een kerel uit Bordeaux die ons hoort Frans spreken probeert haar on the spot te versieren - met de tranen nog in haar ogen. Ze geeft hem een klets, wat ons allemaal spontaan applaus ontlokt, maar wij moeten ook de zaal verlaten omdat Virginie zo'n stennis maakt. Daarna ga ik naar bed omdat ik geen zin meer heb in nog zulke taferelen, en omdat dat Frans spreken toch vermoeiend blijft. Later hoor ik dat ze nog wat Fransen tegengekomen zijn onderweg, en heel wat fun ermee beleefd hebben.

Ik word de ochtend erna wakker door een raar gepiep en een penetrante, licht aangebrande geur. Eens ik volledig bij m'n positieven ben, zie ik dat Sofiane en Vincent bezig zijn met het maken van sandwichborden die de tekst WE ARE LOOKING FOR A JOB dragen. Ze hebben elk hun CV, in schabouwelijk Engels, een vijftigtal keer afgeprint, en plannen zo de stad door te lopen als absurde reclamejongens. Ik verberg mijn scepsis - ik vermoed dat ze alleen uitgelachen gaan worden - en wens hen veel geluk, want ze zijn echt wanhopig aan het worden wegens geldgebrek. In de namiddag krijg ik in eerste instantie gelijk: ze zijn uitgelachen. Wanneer ik 's avonds thuiskom, heeft Sofiane echter een telefoontje gekregen om hem uit te nodigen voor een kelnersjob in de chique buurt The Rocks. Vincent heeft niks, en als troost voor hem, en om te vieren voor Sofiane, koop ik die avond de goon die we met degenen in de paragraaf hieronder degusteren tijdens het spelen van een drankspelletje.

Die namiddag heb ik namelijk alweer afgesproken met Geoffrey en Virginie, en het is op een vreemde manier vanzelfsprekend dat de nieuwe mensen van gisterenavond er ook bij zijn. Flavien is een rustige, ietwat nerdige jongen die een coup de foudre heeft voor Virginie; Laura een nog kleiner opdondertje dan Virginie met een roeste stem, en haar neef Christopher zou beter wat minder bodybuilden. Ze zijn echter heerlijk volk en we gaan samen naar de Botanical Gardens, waar er een verrassing voor hen hangt. In Australie wordt de status van duiven namelijk ongeveer vervuld door gigantische - maar echt knoerten van - vleermuizen. Overdag zijn ze er bijna niet, maar tegen een uur of 6-7 worden ze wakker en beginnen ze te jagen. Ik had die al gezien van de eerste dag dat ik hier was, maar ik was daar blijkbaar ongeveer de enige in. In de Botanical Gardens zijn er heel grote kolonies van die beesten, en precies daar bracht ik hen naartoe. Eens we daar waren, was ik net bezig met een verhaaltje over vampieren - de beesten - in Zuid-Amerika, toen er een wakker werd en begon te vliegen naar een andere boom. Pas toen Laura dat zag en een gilletje gaf, besefte de rest dat die rare knoesten in de bomen eigenlijk vleermuizen waren, met een spanwijdte van gemiddeld een halve meter. Ik grijnsde breder dan mijn gezicht terwijl ze allemaal ontzet keken naar die honderden en honderden beesten, die nog bijna allemaal sliepen en af en toe vochten voor een centimeter plaats op een tak. Een uur later begonnen er meer en meer vleermuizen wakker te worden, en altijd als je naar boven keek zag je wel ergens die typische vleugels met de ellebogen in. Er zijn ook normale vogels, ibissen en papegaaien en meeuwen en eksterachtigen en mussen, maar ze zijn volledig outnumbered door de flying foxes. Nog een uur later werd het donker en zag je ze niet meer zo goed, en gingen we maar terug weg. Mijn vijf Fransen waren volledig onder de indruk, en ik eerlijk gezegd ook nog steeds een beetje. Daarna volgde het bovenvermelde drankspelletje, met als resultaat een Vincent die zo dronken was dat hij nog amper op z'n benen kon staan.

Veel meer bijzondere dingen hebben wij niet gedaan met die Fransen, maar een van de voordelen is dat ik via Christopher de Engelsman Craig leren kennen heb. Craig is hier gekomen met de belofte van een job als producer bij een van de grotere radiostations van Sydney, maar uiteindelijk is dat niet doorgegaan. Hij is een bijzonder intelligente gast met een goed gevoel voor humor, en nadat de vijf Fransen allen naar Melbourne getrokken zijn, worden hij en ik een weekje lang partners in crime. Relatief snel komt daar ook Joris bij, ongeveer de derde Vlaming die ik hier ontmoet heb en de eerste die me aanstaat. Craig heeft ook een epicus genaamd Jack ontmoet en met ons vieren gaan we een paar keer uit, waar Jack vertelt over zijn job als matroos op het gigantische privejacht van een Russische miljardair. Jack blijft maar voor een paar weken in Australie, aangezien de boot in Thailand ligt en dat dicht genoeg is voor een gewone vakantie.

Be a traveller, not a tourist, pt. 7

In de namiddag gaan we toch terug om eens te zien wat er nog gebeurt, en we worden in een soort conferentiekamer ontvangen door onze sollicitatiecanadees. Ik benadruk dat tot dan toe nog steeds niemand letterlijk gezegd heeft dat we deur-aan-deur zullen moeten verkopen, en hoeveel we zullen verdienen. Dat verandert echter nu, aangezien we een contract voor onze neus krijgen. We vullen allemaal braaf onze belangrijkste gegevens in, naam geboortedatum adres en telefoonnummer. Ik zie Nashree twijfelen om haar tax file number in te geven - een belangrijk gegeven hier, en men waarschuwt dat je het alleen mag geven aan je definitieve werkgevers - en ik schud lichtjes van nee. Ik zeg tegen de Canadees dat ik het mijne nog niet heb, wat de waarheid is aangezien de brief in de post verloren is geraakt, en Nashree liegt dat ze het hare niet van buiten kent. De Canadees geeft uitleg bij de contractuele bepalingen, waarvan elke nieuwe er nog schimmiger uitziet dan de vorige. Uiteindelijk blijkt dat we enkel en alleen op commissie gaan werken, en dat onze commissie afhangt van de bedragen die de mensen ons geven. Het is 100$ voor de grootste donaties van 35$ per maand, en 20$ voor de kleinste donaties van 10$. De anderen lijken dat veel te vinden, maar ik ben betrekkelijk zeker dat dat kan tegenvallen. Op de meeting in de voormiddag had iemand namelijk gezegd dat hij in een hele week 12 mensen had gecontracteerd, waarvan de helft voor het kleinste bedrag. Iedereen vond dat een uitzonderlijk succes, wat mij vertelt dat de gemiddelde wedde wel rond de 300$-400$ per week zou schommelen. Ter vergelijking: Jake verdient als sleurjongen in de bouw 200$ per dag - en dat is een gegarandeerd bedrag.

Wanneer de Canadees iets gaat halen in een aanpalend kantoor, zeg ik tegen iedereen in de kamer "I'm not signing this, guys", wat ik even later herhaal tegen de onderbaas. Hij zegt "all right, you can go then, mate" met een koude blik, en duidelijk ontevreden dat ik dat zeg terwijl al zijn nieuwe rekruten het kunnen horen. Zijn koude woede is genoeg voor mij om door te hebben dat ik volslagen gelijk heb over het bedrijf, en ik verwijder me voor hij me echt buitengooit.

Zoals steeds als ik er smart uitzie, kijken er mensen naar mij. Het is hier namelijk heel ongewoon om een jonge man in een pak te zien buiten de CBD, en als je dan nog zo mooi bent als ik val je gegarandeerd op. Deze keer zijn het echter vooral de homo's op Oxford Street die omkijken, en zelfs een die naar me fluit. Ik bloos een beetje maar registreer het als een compliment, en flaneer rustig verder tot aan Hyde Park. Ik zet me daar neer aan het Memorial Statue voor de oorlogsdoden uit WWI en WWII, en ik baad wat zon want het is voorlopig nog een mooie dag. Een bedelaar komt op me af en zegt met een hilarisch geaffecteerd stemmetje "oh my gaawd, this is outrageous ! Well, I'm just gonna HAVE to write you up" waarna hij zijn vinger als pen en zijn andere hand als boetebonnenboekje gebruikt. Hij geeft mij de imaginaire boete, ik neem de lucht in kwestie in ontvangst en vraag wat ik wel misdaan heb. Hij zegt dat hij van de Fashion Police is en dat ik er zo stijlvol uitzie dat ik de modellen jaloers maak. Ik lach eens en zeg dat ze in dat geval nogal ijdel zijn, en beter zouden gaan shoppen in Europa. Daarna zegt hij "would you like a million dollars ?" waarop ik bevestigend antwoord, en hij zegt dat hij me, als ik hem wat geld geef, een miljoen zal geven eens hij zelf multimiljonair is. Ik vind hem zo grappig dat hij wel wat geld verdient, en ik geef hem 2$. Hij schrijft alweer met vingerpen op zijn hand een kwitantie uit voor de 2$ en de belofte dat ik een miljoen terugkrijg, en ik steek de nieuwe lucht in mijn borstzak bij de vorige. Hij wandelt weg en ik grijns van oor tot oor om het lef en de creativiteit die de bedelaar tentoongespreid heeft.

Ik blijf daar nog wat zitten en er komt een Mormoon op me af, om te rekruteren. Ik heb intussen mijn ervaring opgedaan met rekruteringen, en vraag hem rustig wat er precies aan de hand is. Hij vertelt wat over de wonderbaarlijke visioenen die John Smith*, de vader van de Mormoonse kerk, gehad heeft, en over de kracht van god en al dat soort dingen. Ik hoor hem geduldig uit en begin te vertellen dat ik volstrekt atheistisch ben, maar dat ik zijn mening respecteer. Ik voeg er echter aan toe dat het verhaal van die John Smith* heel goed lijkt op wat een bedrieger zou zeggen: "ojo kijk keer gasten ik heb hier gouden platen gevonden in de bossen van Massachusetts, waarop in een onbekende taal verhalen staan over hoe Jezus allemaal zotte dingen deed in Amerika. God heeft mij geholpen ze te vertalen in anachronistisch King-James-Bible-Engels en heeft dan de gouden platen doen in rook opgaan. Toevalligerwijs is de doctrine die erin uitgelegd staat precies degene die ik al propageerde voor ik die vertaling maakte !" Ik verwacht niet dat hij daarvoor zou openstaan maar wil het eens gezegd hebben. Hij weet niet goed wat te zeggen en begint maar over iets anders. Even later komt er een tweede mormoon bij die duidelijk al wat meer ervaring heeft, en we gaan verder met praten over evolutie. De nieuwe mormoon zegt "evolution is just a theory" waarop ik riposteer "the Bible is just a book". Dit klinkt nu iets polemischer dan hoe ik het zei, tussen haakjes - ik ben de hele tijd heel respectvol en rustig gebleven. Het gesprek eindigt met een verbaasde stilte vanwege de nieuwe mormoon wanneer ik negatief antwoord op de vraag of ik in god geloof. "We won't bother you any further" zegt hij een half minuutje later, waarop ik herhaal dat ze mij zeker niet gestoord hebben.

* Ik dacht dat hij zo heette, maar ben nu niet meer zo zeker - want ik heb een buikgevoel dat John Smith de man van Pocahontas was ^^

Ik wandel door Hyde Park en zie plots dat er een metersgroot schaakbord op de grond getekend staat. Niemand speelt daar - met welke stukken ook, vraag ik me af - maar aan twee kleine tafeltjes wat verder wordt wel gespeeld. Ik zet me bij aan de ene tafel, en zie wat eindspelgeknoei van twee oudere heren die vast te laat in hun leven begonnen zijn met spelen om echt goed te worden. De partij eindigt in een onspectaculaire schaakmat met een pion die koningin wordt en het bord schoonveegt, en ik ga naar de andere tafel kijken. Daar zijn een vijftienjarige jongen en zijn vader op niveau bezig; ik kijk toe vanaf ruwweg zet 10. De jongen heeft heel sterk ontwikkeld, maar blundert plots een loper en een pion en staat een punt of 4 achter. De vader neemt gas terug, en geeft volgens mij opzettelijk de kans om een toren te pakken binnen een zet of 3-4, maar de jongen ziet het niet en blijft zwaar achterstaan. Hij verweert zich echter goed. De partij wordt onderbroken doordat ik voor de eerste keer sinds Bondi Beach, twee weken tevoren, regen voel. De vader mompelt terwijl ze weggaan wat tegen zijn zoon, waarschijnlijk over gemiste kansen en geconcentreerd blijven, en ik wandel door een kleine vlaag naar mijn nieuwe hostel.

donderdag 17 december 2009

Be a traveller, not a tourist, pt. 6

Op zondagavond heb ik een date met Lindsey, omdat ik haar wel heel nice vind en eens wil zien of er ook echt in zit wat ik erin zie. Vreemd genoeg kom ik onderweg - in een stad van 5 miljoen inwoners - de Canadees tegen die mijn 2e sollicitatiegesprek geleid heeft, en hij zegt dat hij geprobeerd heeft te bellen maar niet doorgeraakte. Ik geloof er eerst niks van, maar hij zegt dat zijn boodschap was dat ik de job had. Ik ben natuurlijk opgetogen en hij zegt dat ik de dag erna om elf uur op kantoor moet zijn, deftig gekleed deze keer. Daarna komt Lindsey toe en wij twee gaan naar de Gazebo, een supernice restaurant in Surry Hills (vergelijkbaar met het Patershol) dat eigenlijk een wijnbar is maar ook eten aanbiedt. Ik neem, smooth operator als ik ben, hetzelfde gerecht als zij, en raad haar een evenwichtig/droge witte wijn aan voor bij onze forel in dillesaus. Ze gaat liever voor zoet, wat ik wel verwacht had, en ikzelf neem de iets drogere. We hebben een interessant gesprek, en onze ober komt ons af en toe entertainen. Hij vraagt waar ik vandaan kom en daarna of ik Frans, Duits of Nederlands spreek - een zeldzaamheid, de helft van de mensen hier kent Belgie alleen van naam via bier en/of chocolade - en maakt indruk doordat hij in alledrie de talen enkele zinvolle dingen kan zeggen. We geven hem op het einde bijna 10% fooi naar Amerikaanse gewoonte, alhoewel fooien hier inbegrepen zitten in de prijs. Ik maak aanstalten het eten volledig te betalen - ik heb genoeg geld wegens poker - maar ze wil daar niet van weten. We gaan wandelen richting the Rocks, en hebben onderweg een gesprek over swingtanzen en Spaans en veel te magere mensen. Daar ter plaatse zitten we wat te kijken naar de Opera Houses en de Harbour Bridge, maar op een of andere manier hangt er niks van romantiek in de lucht. We wandelen traag terug en ik vertel haar over de keer dat ik het brandalarm in Wake Up heb doen afgaan. Zij werkt dan al in Side Bar en vertelt dat ook zij het alarm al eens heeft doen afgaan, wat ons groot jolijt oplevert.

maandag 23 november

Na 3 nachten in de YHA slaat om god weet welke reden de prijs gevoelig op, en zoek ik een goedkoper hostel. Ik moet gelukkig niet ver zoeken, want drie deuren verder is er "790 on George" dat ongeveer 12$ per nacht goedkoper is. Ik boek meteen voor een week, wat het nog goedkoper maakt. Ik deponeer mijn spullen op maandagochtend ontieglijk vroeg in de lockers van YHA, want ik kan nog niet binnen in de 790, en vertrek naar het winkelcentrum in de Queen Victoria Building. De Canadees heeft me namelijk aangeraden zwarte schoenen te kopen en een das, en ik heb een extra hemd nodig want mijn ander is een beetje vuil. Ik haast me met het kopen van een lichtblauw hemd en twee dassen in de Galeries Victoria aan de overkant van de straat, en zoek daarna naar een schoenenwinkel in de QVB. Nu moet je weten, de QVB is een enorm prestigieus gebouw. Alle grote modehuizen hebben daar een behoorlijk exclusieve boetiek, en Swarovski heeft er een kerstboom gezet van ongeveer 15m hoog, met zoveel versieringen dat je ogen er pijn van doen. Dat alles wist ik echter nog niet, ik wou gewoon zwarte schoenen. De eerst winkel die ik binnenga ziet er klassiek en niet overdreven chic uit en ik denk daar wel iets te vinden. Ik kies een paar mooie schoenen uit en vraag naar de prijs. Die blijkt 710$ te zijn, ongeveer 5 keer het budget dat ik ervoor had uitgetrokken, omdat ze handgemaakt zijn en van een toch wel heel exclusief Italiaans merk. Ik grijns eens schaapachtig en doe alsof ik nog geinteresseerd ben. Ik probeer ze aan en ze zitten als gegoten, maar geen haar op mijn hoofd denkt eraan ze te kopen natuurlijk. Intussen begint de tijd te dringen om naar de bushalte te raken, en denk ik fuck it ik ga wel met mijn gewone schoenen. Onderweg kom ik echter toevallig een winkel tegen met als naam "payless shoes". Ik koop relatief mooie schoenen voor 55$ en ben op koers.

Om 11u05 kom ik op kantoor, en de Canadees complimenteert me om mijn supernice kleren. Ik zeg iets als "ik dacht van deze keer wat te overdressen" en hij lacht te hartelijk. Op de eerste verdieping begint een paar minuten daarna een soort vergadering die eerder een peprally is, met de doelstellingen voor die week. Er speelt luide techno terwijl onze Canadees vlug wat holle termen op een bord schrijft en er nog hollere uitleg bij schreeuwt. Even later komt de grote baas binnen, ook een Canadees die blijkbaar nog professioneel hockey gespeeld heeft - waar halen ze dat toch allemaal ? - met wat peprallytalk, waarbij we allemaal moeten schreeuwen dat het fantastisch met ons gaat en dat de wereld mooi is. Hij vertelt over het bedrijf waarvoor we deze week werken, en het begint me duidelijk te worden dat we deur-aan-deurverkoop gaan moeten doen. Dat is hoegenaamd niet waarvoor ik gesolliciteerd heb, want ik heb duidelijk gezegd dat ik in die branche enkel customer support wou doen. Ik laat die gedachte even varen om te zien wat voor ongein er nog allemaal gaat gebeuren.

De baas vertelt iets over de structuur van het bedrijf, en in een flits zie ik wat dit is: een piramidespel. Iedere persoon heeft de verantwoordelijkheid om anderen te ronselen en hoger te raken in de hierarchie, en dan krijgt hij een percentage van wat zijn rekruten verdienen met hun deur-aan-deurverkoop. Aan de top zit onwrikbaar de Canadese baas, die als je 't zo hoort zowat miljonair is na 2 jaar werken. Voor de duidelijkheid: het bedrijf zonder naam waar ik in gerold ben is een soort onderaanneming voor allerhande bedrijven die deur-aan-deur donaties en/of leden willen ronselen, maar de organisatie niet zelf op zich willen nemen. Ze nemen dan 'ons' onder de arm en betalen naar verdienste. Het piramidespel vindt enkel plaats binnen 'ons' bedrijf zelf - doordat we zelf ook nieuwe verkopers kunnen zoeken - want we leveren weldegelijk een dienst aan de vragende partij.

Het bedrijf van deze week is een goed doel dat erop gericht is jonge daklozen van de straat te halen en hen een nieuwe kans te geven, onder andere door hen te laten ontwennen van wat het ook is waaraan ze verslaafd zijn en hen een praktische opleiding te bieden. Niet slecht eigenlijk, wel iets waar ik zelf nog geld aan zou geven. Een van de belangrijkere dingen aan het goede doel is echter preventie, en de baas begint in die context over wat er allemaal gebeurt in Kings Cross (vergelijk met Overpoort annex Glazen Straatje) op een doordeweekse avond. Om een of andere reden begint hij over Ierse zatlappen te babbelen, en wat die allemaal uitvreten. De kerel die naast me staat, ook een nieuwe rekruut, is zelf Iers en ik zie hem met de minuut pissiger worden over alle cliches die de baas naar boven haalt. Na de pathetische en wilde speech van de baas is het lunchpauze. Ik ga met een Indisch meisje dat ik op zaterdag op de sollicitatie ontmoet heb iets eten, nadat de Ier ons heeft gezegd dat het hem allemaal aan zijn reet kan roesten en dat hij niet terugkomt. Nashree en ik babbelen over onze indrukken, en we zijn heel duidelijk tegen elkaar: we gaan daar niet werken.

Be a traveller, not a tourist, pt. 5

Twee dagen na het sollicitatiegesprek bel ik naar het bedrijf, en zegt de vrouw dat ze mij net ging bellen (jaja) en dat ik op zaterdag een stagedag mag komen doen. Ik vraag of ik zeker al de job heb, en ze zegt ja. Aangezien ik geen moeite meer moet doen, kleed ik me op zaterdag niet speciaal op voor de stagedag. Dat blijkt een vergissing, want wanneer ik rond 10u toekom zie ik een twintigtal andere mensen, allemaal zo opgekleed als maar kan. Men vertelt mij en andere mensen dat het in 2 shiften zal zijn, en dat we kunnen terugkomen om 12u30. Ik overweeg om terug te gaan naar mijn nieuwe hostel - de YHA net naast Wake Up, die iets goedkoper is - om me te verkleden, maar denk "fuck it, ze moeten er maar mee leren leven" en ga me in de bibliotheek van Bondi zetten. Daar lees ik een kleine honderd pagina's in het hoogst amusante "The Adventures of Wim" van Luke Rhinehart*. Wanneer ik terugkom ben ik nog steeds schandelijk underdressed, maar 't is toch maar voor een stagedag.

* de auteur die het geniale boek The Dice Man geschreven heeft

Helaas is het geen stagedag maar de 2e ronde van de sollicitatie. Ik zie de anderen denken "ha, die raakt er zeker nooit door" maar besluit er het beste van te maken. Een Canadese kerel van twintig, die ook beweert nog professioneel hockey gespeeld te hebben, stelt zich voor als een soort recruiting manager en laat ons onszelf voorstellen in ongeveer 1 minuut. Ik ben de 5e van de 9 die moet spreken, en ben heel tevreden over mijn woorden. Een van degenen die na mij komen, herhaalt zelfs een van mijn zinnen omdat hij vindt dat ik het heel goed gezegd heb. Daarna praat de Canadees ongeveer 2 uur over zichzelf en wijdt hooguit drie minuten aan uitleg het bedrijf, en belooft op het einde om ons allemaal te bellen met een "straight yes or no". Ik vraag me af waarop hij zich zal baseren voor zijn keuze, want we hebben in al die tijd amper gesproken. Intussen hebben we ook nog steeds geen precies idee wat we allemaal gaan moeten doen, of hoeveel we exact betaald gaan worden - men laat gewoon uitschijnen dat het heel veel is.

Ik ga me in een biercafe genaamd "the local" zetten dat ik gezien heb bij een van mijn househunts van de voorbije week, en wacht een tijdje af. Niemand belt, en ik neem aan dat het underdressed zijn me zo hard genekt heeft dat ze zelfs de telefoonkosten niet willen spenderen aan me. Ik haal m'n schouders op en bestel een van de interessantere bieren op de lijst. Een uur of twee later heb ik nog altijd geen telefoon gekregen, maar dat is intussen de laatste van mijn zorgen. De nieuwe barman die zijn shift begint om 5u heet Jordan, lijkt op Glenn Danzig en is een bierencyclopedie. We babbelen een tijdje over Belgische bieren, en hij vraagt mij wat ik vind van Leffe Blond (dat ze op vat hebben). Ik antwoord naar goede gewoonte met "the McDonald's of specialty beers" en hij lacht zo luid dat een kerel verder aan de bar mij vraagt te herhalen wat ik gezegd heb. Hij is een beetje beledigd want hij vindt Leffe heel lekker, en ik trakteer hem een Rochefort 8 van 13$ om mijn punt te ondersteunen. Jordan geeft hem een shotglaasje Leffe voor ernaast, zodat hij kan vergelijken. Die kerel heet - no kidding - Geoffrey Chaucer Burgess* en is een Amerikaan uit Oregon die al tien jaar in Australie woont. Hij schrijft poezie, waaruit hij later op de avond zal reciteren, en gaat toevallig net die avond naar het toneelstuk "Happy Days" van Samuel Beckett**, samen met een vriend van hem die een kwartiertje later arriveert. Ik besluit met hen mee te gaan, want aan cultuur heeft het me hier tot nu toe een beetje ontbroken. Onderweg naar de zaal in Surry Hills, een klein kwartier stappen, vertelt Geoffrey over zijn huwelijk dat kapot aan 't lopen is, en zijn daaruit volgende drankmisbruik - al lijkt drankmisbruik me eerder de oorzaak van wat er misgaat. Hij reciteert een kort gedicht over hoe hij zijn vrouw ontmoet heeft, en zegt mistroostig "maar nu is ze niet meer zo".

* Geoffrey Chaucer is de beroemdste Engelstalige auteur uit de tijd voor Shakespeare; Anthony Burgess is de schrijver van het bijzondere boek A Clockwork Orange
** Samuel Beckett is ook de auteur van het toneelstuk En attendant Godot/Waiting for Godot

Het toneelstuk is een bevreemdend modernistisch geheel met slechts een spreekrol, een raaskallende vrouw die half begraven zit in de grond. Haar echtgenoot stommelt wat rond, en doet weinig meer dan kreunen en bloeden. Ik vind de actrice, die twee uur lang het stuk moet dragen, bijzonder sterk, vooral haar stem dan. Het stuk vind ik wat moeilijk in te schatten, aangezien het allemaal zo onrealistisch is. Ik ben zeer blij dat ik geweest ben, al was het 50$ inkom. Geoffrey flirt in de pauze een beetje met een vrouw en biedt haar champagne aan van de fles die hij voor ons gekocht heeft, waarna haar man haar ontstemd komt wegplukken. Na het stuk gaan we nog terug naar the Local, waar het vrouwvolk schoon en menigvuldig aanwezig is, maar we komen niet verder dan kijken doordat Geoffreys maat (ik ben zijn naam kwijt) veel te verlegen is en niet mee durft als we aanstalten maken om richting een groepje vrouwen te gaan. Desondanks kijkt hij heel nurks en jaloers naar andere mannen die wel aan het praten zijn met een dame. Ik voel dat ze allebei te dronken aan het worden zijn om nog echte fun te beleven, en neem afscheid. Als ik een week later een sms stuur om weer uit te gaan, antwoordt Geoffrey niet.

Be a traveller, not a tourist, pt. 4

dinsdag 17 november

De trein hoort om 7u aan te komen in Sydney, maar heeft bijna een uur vertraging. Ik heb geregeld dat ik mijn rugzak kan achterlaten op het appartement van Lindsey, en ook zij is bijna een half uur te laat, zodat ik van bij haar een taxi moet nemen naar Bondi Junction om op tijd te zijn voor mijn job interview. Ik neem het haar niet kwalijk, want ze staat wel speciaal op om half 8 om mij uit de nood te helpen. In haar kamer verkleed ik me zodat ik er "smart" uitzie voor het interview, en praat een beetje Duits met de taxichauffeur die veertig jaar eerder geimmigreerd is uit Munchen. Hij is nog maar een jaar taxichauffeur, om zich een paar uur per dag bezig te houden tijdens zijn pensioen, en ik slaag erin hem een kortere weg te tonen naar de Junction. Het job interview is bij een bedrijf waarvan ik de naam hier niet kan noemen, want ik moet het interview beginnen met het tekenen van een vertrouwelijksheidsattest. Klinkt al een beetje vreemd, denk ik, maar misschien is dat hier wel de gewoonte. Wie weet is dat zelfs in Belgie de gewoonte, weet ik veel. Anyway, het interview loopt goed, ik kom vlot en rustig over en toon dat ik wat gevoel voor humor heb. De interviewster belooft mij 's namiddags te bellen, maar doet dat natuurlijk niet.

Ik keer terug naar Lindseys appartement om mijn spullen en daarna naar de suburb Collaroy in het noorden, waar Jake een bed voor me geregeld heeft voor drie nachten. Daar vallen de mensen me enorm tegen, het zijn vooral Australiers die tegen 9u 's avonds straalbezopen zijn en dan maar mensen beginnen te beledigen. Ik zeg tegen Jake dat ik geen zin heb om te blijven, en hij snapt het. De tweede dag daar gaan we samen naar 't strand, en hij leert me wat surfen, alhoewel hij er zelf bijna niets van kan. Het board is nogal onstabiel en ik slaag er amper in om erop recht te gaan staan, maar Jake noemt het een goed begin. Wanneer ik 's avonds in de spiegel kijk, zie ik dat ik megaverbrand ben op mijn schouders, en dat ik al begin te vervellen. Ik heb een verhelderend gesprek met een Braziliaan die me vertelt over de redenen dat Australiers zo agressief dronken worden. In Brazilie zijn er namelijk op feesjes en in cafes gemiddeld twee vrouwen per man, dus al dat territoriaal machogedoe is daar helemaal niet nodig. Hier is de ratio omgekeerd, en dat is volgens hem de grote reden. Vanuit Collaroy verstuur ik ook mijn verjaardagscadeautje voor Tine.

Be a traveller, not a tourist, pt. 3

zaterdag 7 november

Op mijn tweede zaterdag gaan Audrey en Jerome dan eindelijk naar Melbourne, en ik besluit pourquoi pas mee te gaan voor een paar weken. Het plan was om op vrijdag te vertrekken, maar een hele hoop omstandigheden zorgen ervoor dat we dan niet weg kunnen. Gelukkig is het biljet een hop-on hop-off ticket, zodat we zonder problemen de volgende dag de bus kunnen nemen. We beslissen om de busreis, in totaal 16u, in twee te delen. Ongeveer halfweg ligt het kuststadje Merimbula, en we boeken ons YHA-hostel daar terwijl we al op de bus zitten. Rond middernacht komen we toe, en hebben een heel luie zondag op het strand daar. Jerome en Audrey willen een zotte photoshoot doen, en ik hou hen niet tegen. Op het strand daar zie ik eindelijk eens die tattoo volledig, en ik probeer te liegen dat ik hem niet lelijk vind. Die avond hebben we een soort ruzie met de eigenares van het hostel daar, omdat ze ons vanalles aanrekent dat ze nooit vermeld heeft - in totaal rond de 15$ per persoon. We betalen uiteindelijk na een hoop pissige blikken, maar beloven slechte reclame te maken voor haar etablissement. Bij dezen. De tweede helft van onze reis, van ongeveer middernacht tot 9u 's ochtends, is gruwelijk doordat we moe zijn, maar slapen op een bus lukt nu eenmaal niet zo goed.

In Melbourne nemen we een privekamer voor een week in de "Metro YHA" in het noorden van de stad, aangezien dat even duur uitkomt als met drieen in een 6-share slapen. Audrey heeft allemaal plannen om de hele stad te zien en naar de stranden te gaan, maar dat komt er niet van. Het enige dat we doen is 's avonds uitgaan, op zoek naar leuke plaatsen om wat te drinken en te dansen en volk te ontmoeten. Zij plannen om 2 maanden in Melbourne te blijven, en zo rap mogelijk werk te vinden, maar ze zoeken nergens en bewegen amper overdag. Uiteindelijk - we spreken zaterdag, en we zijn in Melbourne toegekomen op maandagochtend - ga ik alleen de stad verkennen om eens mijn gedachten op orde te zetten en te beslissen of ik nog bij hen wil blijven. We zijn intussen 3 weken samen aan het optrekken, en ik heb meer en meer het gevoel dat ik gewoon aanhangsel en vertaalmachine ben voor hun reis. Het zijn heel coole tijden geweest en ik heb hen goed leren kennen, maar ik begin meer en meer te ondervinden dat reisvriendschappen een beperkte houdbaarheidsdatum hebben.

Intussen hebben we wel, in die week, enorm leuke avonden gehad. De maandagavond valt zwaar tegen, maar op dat moment weten we nog niks zijn. Dinsdag overdag ontmoeten we Romain, een maat van een maat van Audrey die al drie jaar in Melbourne woont. Hij vertelt ons duizend dingen om te doen, waarvan we de helft al vergeten zijn tegen dat we thuiskomen. 's Avonds heeft Audrey geen zin om uit te gaan, dus gaan Jerome en ik alleen op stap. Ik heb overdag een affiche gezien van een cafe genaamd "the drunken poet" en we gaan daarnaar op zoek. Onderweg zien we echter een heel gezellig klein cafeetje, op slechts een paar straten van het hostel, en gaan daar binnen. De plaats heet de "Prudence Bar" en doet denken aan de Bluesette qua stijl, en aan de Krawietel qua muziek en barvolk. De plaaselijke Tom Lievens heet Josh, en vertelt ons dat het gebouw vroeger een vintage muziekwinkel was, maar die was overkop gegaan en toen werd het overgenomen door de huidige cafebaas die er meteen alle overgebleven cd's en lp's bij kocht. Josh Lievens speelt drums en basgitaar in ongeveer zes verschillende bandjes, en is een van de brouwers van een plaatselijk bier genaamd Three Ravens, dat in Asterixstijl weerstand biedt aan het overwicht van de grote biercorporaties. Om 1u sluit het ding, maar dan zoals mijn soort cafes in Belgie sluiten: de gordijnen toe, de muziek wat stiller, en de sleutel op de deur voor wie wil weggaan. Vanaf dan mag er ook gerookt worden binnen, wat Jerome - en Josh - bijzonder oplucht. Intussen heb ik op de traagst mogelijke manier contact gelegd met Zoey, een plaatselijke beeldschone in een flatterende jurk die me elke keer ze een drankje kwam bestellen ontstellend ontwapenend aangekeken heeft, en zit ik met haar te babbelen over In Bruges en Japans en kleuteronderwijs. Wanneer ik echter even naar 't toilet ga, wordt ze aldus Jerome meegesleurd door haar vriendenkring, waarvan er een een goeie vriend is van Josh. Die vertelt me later op de avond, bij de Laphroaig-whisky die we voor 3$ ipv 12$ hebben gekregen, dat de kerel in kwestie hopeloos verliefd is op Zoey en nogal territoriaal gefrustreerd is, en dat het misschien maar beter is dat er tussen mij en haar nog geen volbloed geflirt van gekomen was.

Op donderdag volgen we een van de suggesties van Romain en gaan we naar de "Laundry club". Daar is welgeteld tien man, waarvan 2 bouncers en 2 barmannen. De anderen zijn 4 poolspelers, die op hoog niveau de tafel opkuisen, en 2 vrouwen die ietwat dronken met elkaar converseren. Ik heb geen idee waarom, maar Audrey en Jerome zijn vastbesloten om hier een feesje te bouwen en beginnen elkaar en mij shotjes te trakteren. We betalen om beurten met onze bankkaarten, en na een tijdje wordt het inderdaad wel nice. Ik praat een eind met de barman die nog in Zweden gewoond heeft, en ik vertel hem dat ik wat Zweeds kan. Hij kijkt me ietwat raar aan wanneer ik "jag har en stor kuk" zeg, en hij vertaalt voor Audrey, waarna die giechelt en zegt "on verra ce soir !" We mogen alle liedjes aanvragen, waarop de poolspelers weggaan aangezien ze geen zin hebben in de rockhits die wij willen. Evidemment raken we aan de praat met de twee vrouwen aan de toog, via de barmannen die ons blijkbaar heel graag zien komen, en ik speel een partijtje pool met de grootste van de twee vrouwen. We spelen allebei onder ons niveau en ik win slechts nipt. Achteraf begint ze een heel rare monoloog tegen ons allemaal over hoe ze vroeger een stripster is geweest maar gestopt is, en dan maar dik geworden is. Ze is niet dik. Na de monoloog begint ze wat met mij te babbelen, maar ze is nogal dronken en veel coherents komt er niet meer uit. Eens ik daarenboven merk dat ze een uit de kluiten gewassen donssnor heeft, is het genoeg geweest en zeg ik in het Frans tegen Jerome dat we misschien beter naar huis gaan.

De dag erna ben ik vastbesloten eindelijk dat epische boek On the Road uit te lezen. Het is de warmste dag van die week, die op zich al een hittegolf vormt, en ik zit op het dakterras van ons hostel te zweten terwijl Jack Kerouac in Mexico City vreemde koortsvisioenen heeft en zijn vriend Neal Cassady 'm smeert met de auto en het beetje gezond verstand dat hij nog overheeft. Als kind panikeerde ik soms dat onze auto, als ik niet oplette terwijl mijn ouders reden, plots zou binnenrijden in de mond van een gigantisch monster dat bezig was met de weg opeten. Op ongeveer die manier eindigt die driehonderd pagina's lange onafgebroken stroom van redeloosheid: met een manuscriptrol die aangevreten wordt door een anonieme hond.

Op zaterdag gaan we naar een hippe club in 't centrum van Melbourne, wat ons 10$ inkom en heel dure drankjes kost. De avond is bijzonder saai, maar Audrey blijft maar hopen dat er plots iets episch gaat gebeuren. Om 2u30 beseft ze eindelijk dat het njet zal zijn, en gaan we naar huis. Tegen dan heb ik beslist dat ik terug naar Sydney ga, want ik heb een werkaanbieding gekregen en dat geeft me een perfect excuus om weer m'n eigen reis te gaan beleven zonder Jerome en Audrey te schofferen.

Op zondag komen we eindelijk nog eens overdag buiten, onder andere om mijn nachttreinticket te boeken. Een cafe net naast de Metro YHA, dat al de hele week gesloten is geweest, is nu wel open en iemand daar zegt plots tegen ons, wanneer we passeren, dat het 's avonds rond 6u gratis barbecue zal zijn. Daar hebben we wel oren naar, en 's avonds komen we daar terug om iets te eten. Het blijkt de openingsavond te zijn van het cafe, dat net overgenomen is door Brett, een zich twintig wanende half-aboriginal van tegenaan de veertig. De hele avond lang krijgen we gratis bier en vodkasomethings en daiquiri's en jagerbombs (een gore duikbootcombinatie van redbull en jagermeister). Ik praat wat met Sarah, een aantrekkelijke vrouw van eind de twintig die dreadlocks heeft en als zelfstandige tuinwerk doet, en ze doet me daardoor, maar ook qua mentaliteit en karakter, ongelooflijk hard denken aan mijn neef Thomas. Haar vriend Jody is een Canadees die naar eigen zeggen tien jaar in de NHL ijshockey gespeeld heeft, maar zijn naam levert alleen Facebookhits op in Google, en niets in de specifieke NHL-databases. Caught in a lie, I'd say.

Later die avond komt aan het licht dat Brett nog barmensen zoekt voor het cafe, waarna ik ogenblikkelijk voorstel om Jerome en Audrey aan te nemen. Daar hadden zij natuurlijk nog niet aan gedacht, maar ze zien het wel zitten. Meteen wordt gearrangeerd om hen wat bartraining te geven, en hen daarbovenop in te schakelen in de pr voor de zaak - Audrey is gediplomeerd grafisch ontwerpster. Op het einde van de avond zijn er twee gasten die de hele tijd aan een Volvo zitten te prutsen, en het blijkt dat ze zich buitengesloten hebben uit de auto. Hele missies worden opgezet om weer binnen te raken, met onder andere gedachten om een ruit in te tikken, terwijl er wat toeschouwers op staan te kijken. Sarah en Jody willen mee met de auto, en zij twee en ik kijken wat toe en ginnegappen over wat voor onnozelaars de twee eigenaars zijn. Op een bepaald moment hoort een van de twee kerels dat, en wordt hij heel verbaal agressief tegenover mij. Jody kalmeert hem wat, maar ik heb wel door dat ik miserie ga krijgen als ik langer blijf. Australiers durven namelijk al eens gewelddadig worden als ze dronken en/of boos om iets zijn. Twee minuten later neem ik dus afscheid van Sarah en Jody, en wandel ik rustig naar het hostel. De kerel van de Volvo roept "tosser !" naar me, waarna ik dat heerlijke tweevingerige gebaar van fuck off maak, alvorens om de hoek te verdwijnen. Ik hoor hem oi roepen en achter me aan lopen, maar ben in het hostel eer hij de straat op komt, en zelfs hij weet dat je beter niet begint te vechten als er vijf beveiligingscamera's in de buurt zijn.

De dag erna is er een afspraak met Brett over de shiften die de twee moeten invullen, en daarna gaan we eten in een ander cafe waarvan Brett mede-eigenaar is. We krijgen smaakvolle en verfijnde pizza's, en Brett weigert het geld dat we hem willen betalen. Hij zegt dat hij zijn barvolk dat niet kan aandoen, en voor mij zegt hij dat het een afscheidscadeau is. Ik krijg de doggy bag van de pizza's mee voor op de trein, die toch ook een uur of 12 doet over de afstand Melbourne-Sydney. Daarna is het tijd voor afscheid op het perron. Het is de eerste keer in Melbourne dat het weer wat tegenvalt (een schamele 18 graden) en we staan in onze zomerkleren toch wat te bibberen van de koude wind. Het afscheid is weinig emotioneel, maar ik beloof terug te keren naar Melbourne voor kerst. Jerome is namelijk jarig op 24 december, en Brett belooft een feesje te geven. Hij is nogal een jetsetkerel en zweert dat hij gaat zorgen dat het samenvalt met een celebrityfeestje dat ook op kerstavond zal plaatsvinden en waar Kylie Minogue aanwezig zal zijn. Ik geloof er geen woord van, maar ik zal toch m'n belofte houden voor Jerome - en de minieme kans om Kylie Minogue te versieren aja. Brett belooft ook dat hij me een paar nachten gaat bezorgen op een jacht in de haven van Sydney, want hij kent iemand die daar een boot heeft en blablabla. Ik heb daar wel oren naar, maar ben toch ook voorzichtig sceptisch - terecht, zo blijkt later. Dan ga ik de trein op, en mijn stoel is schuin achter een vrouw met een bijzonder schattige bebi van een maand of 8, misschien 10. Het ventje knikkebolt al voor de trein vertrekt, en huilt alleen een paar minuten rond middernacht. Desondanks slaap ik slecht, en heb ik de dag erna in Sydney last van iets dat ik slechts kan omschrijven als jetlag zonder uurverschil.

Be a traveller, not a tourist, pt. 2

De volgende dagen doen we heel typische toeristendingen, zoals het Wildlife Center en de gigantische uitkijktoren middenin de CBD, terwijl ik soms klaarwakker ben en soms half sta te slapen. Het Engels van de twee Fransen verbetert zienderogen doordat ze vanalles vragen aan mij, maar ze laten mij nog het woord doen en public, en onderling spreken we meestal Frans. Mijn beheersing van die taal, ooit behoorlijk goed maar intussen bedolven onder een dikke laag roest, wordt opgepoetst, en geupdatet met allemaal slang en Verlan. Na mijn eerste indruk, die niet gespeend was van enig dedain, beginnen ze toch veel sympathieker en interessanter over te komen. Vooral Audrey begint me aan te staan, niet in het minst doordat ze zo snel is. Na een paar dagen laten ze hun camera's ook wat vaker thuis en kunnen we gesprekken voeren die niet onderbroken worden door hun obsessie om de wereld te digitaliseren. Intussen zijn mijn drie geboekte nachten in het hostel voorbijgevlogen, en moet ik de hele tijd nachten bijboeken tot ik iets anders gevonden heb en/of de stad verlaat. Daardoor kom ik op in totaal 4 verschillende kamers terecht in Wake Up, allemaal met enkele interessante en enkele saaie mensen. Elke donderdag is er een competitie van killer pool in Side Bar, en Jake en ik doen mee. Killer pool is een massavorm van gewone biljart, waarbij iedereen elk om beurten een stoot doet. In het begin heeft iedereen 4 levens. Wie mist, raakt een leven kwijt; wie scoort, blijft status quo; wie de zwarte bal scoort, krijgt een leven bij. Bij 0 levens ben je uitgeschakeld, natuurlijk. Ik haal m'n beste pool boven en bereik de finale, een normale poolwedstrijd tussen mij en een Franse kerel. Hij speelt goed maar ik kan een vroege rush opbouwen, en speel daarna defensief tot ik een nieuwe kans heb. Eens die komt, is het heel vlug voorbij en win ik een poef van 100$, die avond te spenderen in Side Bar. Dat doen we dan ook gaarne, en de poef is geannihileerd in iets meer dan een uur: Jake, Brittany en ik drinken alledrie vijf vodkasomethings die aan 6.6$ over de toonbank gaan. De restdollar geef ik als fooi aan een afwasser die ik per ongeluk geschoffeerd heb.

Audrey en Jerome beginnen hun reis rond Australie te plannen. Ze hebben beiden nogal strikte invullingen van hoe hun reis moet zijn, wat ze willen zien en waar ze gaan werken. Dit staat in schril contrast met mijn houding over de periode hier, die, zoals ik later uitleg aan iemand, helemaal gebouwd is rond "pourquoi pas" en leven in het moment. Audrey wil zo snel mogelijk naar Melbourne om het gevoel te hebben dat ze aan het reizen is, maar ze moeten wachten op hun bankkaarten en stellen het vertrek een week uit. Ik doe een aantal uitstappen zonder hen, met Jake die intussen Brittany verloren is aan een "English twat" die blijkbaar alleen in haar broek wil zitten. Hij benadrukt kort dat hij haar nooit als zijn beste vriendin beschouwd heeft, maar toch wel wat meer consistentie verwacht had van haar.

woensdag 4 november

Na acht nachten in Wake Up vertrekken we met ons drieen naar Bondi Beach, een van de beroemdste stranden rond Sydney, en nemen een hostel vlakbij het strand. Er is een zeer uitgebreide surfcommunity die de hele dag lang een keten van wit polyester over de baai vormt, en zo in de praktijk de zwemmers beschermt tegen eventuele haaien. Gemiddeld een keer per week is er shark alert, maar het is een half jaar geleden dat iemand aangevallen is door een haai, en 60 jaar (!) geleden dat iemand nog gestorven is aan een haaienaanval in Bondi - maar niemand wil degene zijn die die streak beeindigt, natuurlijk. De surf is betrekkelijk nice, ook voor bodyboarders en zwemmers die de golf volgen. Jake komt eens af naar Bondi en smeert zich in op zijn borstkas, maar vergeet zijn zijden. Op het einde van de dag lijkt hij op de Canadese vlag. In het hostel wordt Jerome benaderd door een Noors meisje met een perenkont dat blijkbaar vuile manieren wil doen met hem, maar hij vindt haar - terecht - helemaal niet aantrekkelijk en vindt vlug iets uit over een lief thuis. Ze dringt aan, maar hij wandelt gewoon weg. De volgende ochtend schuiven we per ongeluk aan aan dezelfde tafel voor het ontbijt als zij en haar vriendin, en heerst er de ongemakkelijkste stilte die ik ooit geweten heb.

Intussen bruin ik langzaam, vooral op mijn armen en in mijn gezicht maar ook op de rest van mijn lichaam. Ik let op met te lang in de zon zijn, want we zitten hier onder het gat in de ozonlaag, en kanker lijkt me niet het leukste souvenir om terug mee naar huis te nemen. Jerome heeft ongeveer dezelfde instelling als ik, maar Audrey is geobsedeerd door de zon en heeft het altijd koud - al is het hier gemiddeld 25 graden.

Be a traveller, not a tourist, pt. 1

dinsdag 27 oktober

De vlucht rond de helft van de wereld, Brussel Londen Singapore Sydney, eindigt in de avondschemering met een bijzonder zachte landing. Mijn klassieke gadvadammawegaancrashen-paniekaanval blijft uit (die was er wel geweest in zowel London als Singapore), en ik geeuw een paar keer om de watten uit mijn oren te krijgen. Na welgeteld 5min aan de bagageband ben ik onderweg naar de douane. Neen ik heb geen planten of beesten mee in mijn rugzak, neen ik ben niet naar de zoo geweest in de dertig dagen voor ik vertrok, neen ik heb geen modder aan mijn schoenen. De agente, een zeer donkere Indische vrouw, glimlacht me hartelijk toe alvorens de Chinees achter me genadeloos uit te foeteren omdat hij zijn douaneformulier verkeerd ingevuld heeft.

Ik kom als eerste van de drie WEP-gasten toe bij een dikke veertiger genaamd Brendan die ons komt ophalen, en samen wachten we op de anderen terwijl we wat smalltalken. Jerome komt toe, gekleed in een kaki t-shirt en een legerbroek. Hij heeft een redelijk dikke schakelketting rond zijn nek, en een arafat en een afgetrapt petje. Zijn Engels is hilarisch, en ik stel hem gerust dat hij Frans kan praten en dat ik wel zal vertalen voor Brendan. Hij zegt dat hij Audrey al ontmoet heeft, en dat ze op het vliegtuig gechat hebben met elkaar via de private entertainment centres in de stoelen. Vijf minuten later komt zij toe, behoorlijk mooi en ietwat bimbo. Haar Engels is onbestaande, maar toch slagen ze er beiden in om hun eerste maaltijd zelf te bestellen - McDonalds. Ik vast liever nog wat, en maak wat kennis met hen terwijl ze hun plastieken eten verorberen.

Brendan brengt ons naar de auto, waar ik eerst aanstalten maak om rechts vooraan in te stappen - tot ik zie dat daar het stuur zit natuurlijk. Hij brengt ons naar een heerlijk mooi uitkijkpunt over de skyline van de stad, waar we veel mislukte foto's trekken terwijl possums krijsen in de bomen. Daarna rijdt hij ons naar ons hostel, dat Wake Up heet en betrekkelijk fancy is, en toont ons onderweg een beetje hoe de stad in elkaar zit.

In het hostel ontmoet ik een van mijn kamergenotes, Lindsey uit Texas. Ze lijkt betrekkelijk goed op Tine Maes, wat haar meteen sympathiek doet overkomen maar me tegelijkertijd een kleine uitbarsting van heimwee geeft. Hoe dan ook, we babbelen wat en ik ga een verdieping lager Jerome opzoeken. Hij blijkt op een epische kamer toegekomen zijn: er is Samuel, een pokerspeler die heel stil is maar de wereld aankan als hij zat is, Jake die altijd zijn Nottinghams dialect spreekt en altijd wil gaan feesten, en een luidruchtige Canadese genaamd Brittany. Jake en Brittany kennen elkaar op dat moment welgeteld zes dagen, maar zij noemt hem haar beste vriend. Een half uur later zijn we een raar drankspelletje aan het spelen met dobbelstenen en heel veel vodka, en komt Audrey erbij. Wanneer ze gaat zitten zie ik een flits van wat eerst een kontgewei lijkt te zijn, maar later een tattoo van een duiveltje met een fopspeen en een luier blijkt. Ondanks dat ik de enige ben die de twee talen spreekt, moet ik betrekkelijk weinig vertalen want alcohol maakt alles makkelijker.

In de kelderverdieping van Wake Up is er een nachtclub die Side Bar heet. Het volkje daar is een bizarre mix van backpackers en lokale gasten. Ongeveer 70% van het publiek is mannelijk. Ik bestel een pint die naar aloude Angelsaksische traditie niet te zuipen valt, en schakel al vlug over op vodkasomethings. Jake is blijkbaar van plan zich dood te zuipen en stelt voor dat iedereen z'n glas steeds op hetzelfde moment moet leegdrinken. We hebben nauwelijks okee gezegd als hij z'n vodka-lemonade ad fundum drinkt, en ons 30 seconden tijd geeft om hetzelfde te doen. We gaan nog een drankje bestellen en weer doet hij hetzelfde. Na de 3e keer of zo zeg ik dat ik niet meer meedoe, want ik ken de klop die vodka kan uitdelen. Ik drink m'n volgende vodka-orange rustig op, en we gaan wat wild op de gruwelijk slechte mix van banale hits en oude klassiekers.

Om 1u 's nachts gaat de muziek even uit, en daarna gaan alle lichten aan en speelt de DJ New York New York. Ik besef eventjes niet wat dat te betekenen heeft, en ga nog een vodkasomething bestellen. Het barmeisje kijkt me aan alsof ik haar net om een kilo kaviaar gevraagd heb, en zegt "we're closing mate". Ik kijk even vluchtig rond - er is nog rond de 100 man - en ik zeg "you've got to be kidding me", waar ze niet meer op reageert. Daarna tikt een van de bouncers op mijn schouder en maakt me duidelijk dat ik 2min heb om de zaal te verlaten. Boven vraag ik aan Jake wat er aan de hand is, en hij zegt dat de bar gewoon sluit om 1u. Ik vertel over de Amber waar ik zo vaak pas toekom om 1u, en hij maakt een grapje over cultuurschokken. Na nog wat gebabbel op de kamer van Jerome en co ga ik naar boven, en denk aan de kater van de dag erna.

Vreemd genoeg voel ik me kiplekker als ik opsta op woensdag. Het is 7u 's ochtends en ik vraag me af waarom mensen altijd zo veel miserie maken over jetlag, aangezien ik er blijkbaar geen last van heb. Tegen een uur of 9 gaan Audrey en Jerome en ik ontbijten, en wandelen daarna over George Street naar de Central Business District (CBD), het noorden van het stadscentrum. Daar moeten we onze bankrekening opzetten, ons telefoonnummer regelen, en allemaal andere ongein uitrichten. Onderweg nemen Audrey en Jerome foto's van alles wat hen bijzonder lijkt, inclusief een bedelaar. Op een reclamepaneel aan een bushalte zie ik de boodschap die ik hen wil toeschreeuwen: "Be a traveller - not a tourist", maar ze blijven doof voor mijn bedekte opmerkingen dat ik liever met mijn ogen naar dingen kijk. In het Travellers Contact Point (TCP) wordt vanalles voor ons geregeld, en krijgen we een hele hoop kortingsbonnen, en vouchers voor waardeloze dingen. Daarna gaan we naar de bank om onze rekeningen op orde te krijgen, en begint mijn kater toch in te slaan. We krijgen te horen dat we onze bankkaarten pas de week erop zullen ontvangen, en nog later pas onze pincodes. Daarom moeten we het voorlopig met onze Europese Visakaarten stellen, wat mij niet bepaald aanstaat wegens de extra kosten als je geld wilt afhalen. Maar es muss sein, en ik haal 500$ af om de week door te komen. Daarna, rond een uur of 2 's middags, krijg ik een gigantische jetlagklop, nog versterkt door de alcohol van de dag tevoren, en kruip ik in bed voor een uur of 5.

woensdag 16 december 2009

Be a traveller, not a tourist, pt. 0

Zevenenveertig dagen ben ik nu al in Australie, van de in totaal honderd eenenveertig. Ik weet niet wat die getallen u zeggen maar voor mij is onmiddellijk duidelijk dat ik op precies een derde van mijn tijd hier zit. Ik heb zolang ik me herinner een vreemde fascinatie gehad voor getallen en hun onderlinge relaties, op pythagoreische wijze zijn ze goddelijk voor me. Alles is klaar en duidelijk, ze zijn stoisch en onveranderlijk en betrouwbaar.

Op deze symbolische dag stormt het hier in Sydney een beetje, maar niet met volle overtuiging. Het regent niet eens, de lucht trilt alleen van de donderslagen en ruikt naar het koude vuur van voorbije bliksems. Soms ben ik niet zeker of het de donder is die ik hoor, of een van de snelwegen die tevergeefs proberen de woekerende stad te omarmen. Door de hor van mijn raam zie ik voorbij de bomen de grijze lucht die ik associeer met het weer in Belgie rond mijn verjaardag. Op de achtergrond speelt de bijna volledige discografie van Depeche Mode, ik heb een grote meloen versneden, net als 100 gram capocollo - [gaba'gul] in de uitspraak van Tony Soprano - en ik voel me in staat om een dag aan een stuk te typen. Het is tijd voor een round-up van de lente in Australie - temeer daar mijn maten in hun bed liggen te kateren.

It's time to start
Playing a part

maandag 7 december 2009

How I Made Over $1,000 Playing Poker

N.B. voor wie niet pokert is het meeste hieronder vast te specifiek. Skip gerust wat je niet verstaat, de bottom line is dat ik een pokergenie ben ^^

Het begon allemaal toen ik terugkwam van Melbourne, een week of drie geleden. Ik had de nachttrein genomen en arriveerde rond 8u in Sydney, Central Station. Om 9u had ik een job interview, waar ik slechts nipt op tijd geraakte. Daarna was ik moe en alleen in een stad waar al mijn vrienden nog sliepen, en ik begon wat rond te dolen. In de buurt van Darling Harbour merkte ik een bordje op dat wees naar Star City, Sydneys casino. Ik had geen poker gespeeld sinds Belgie, maar ik heb een betrekkelijk solide speelstijl die ik slechts moet aanpassen voor mensen die al vaak met mij gespeeld hebben. Ik had natuurlijk geen idee van het niveau van de spelers in een casino, maar was op mijn hoede. Ik voelde me die ochtend alert en scherp, een tikkeltje nerveus maar niet extreem. Purrfect imo.

Ik registreerde me op de tafels met blinds van 1$/2$, de laagst mogelijke tafels hier. Buy-in op de tafel is minimum 80, maximum 100. De 300$ die ik aankocht in chips waren niet a priori verloren, maar de 100$ die ik tien minuten later op tafel legde zeker wel. Ik nam afscheid van dat bedrag, in de hoop het een paar uur later terug te zien. De andere 200$ waren er voor eventuele rebuys, indien ik mijn geld verloor aan een bad beat. Als ik m'n geld verloor door m'n eigen schuld, zouden die 200$ nooit op tafel komen, sprak ik met mezelf af.

Die tien minuten lang moest ik wachten tot er een plaats vrijkwam op een van de tafels, wat mij gemeld werd via sms: "Ben L, your 80-100 NL Hold'em table is available". Ik had intussen zitten kijken naar een satelliettoernooi voor de Asia Pacific Poker Tour, die een week later zou neerstrijken in Sydney. Het was 12u stipt.

Aan mijn tafel was ik net op tijd voor de big blind, wat mij de keuze bespaarde tussen wachten aan tafel tot de big blind kwam (wat mij zou doen overkomen als een iets te serieuze speler die keihard op z'n geld zit), en hem posten (wat mij zou doen overkomen als een toerist die niet om z'n geld gaf). Beide keuzes zouden valide geweest zijn, aangezien ik geen van beide ben, maar ik wist nog niet hoe ik wilde overkomen aan de tafel. Imago is alles, en je wil zo verkeerd mogelijke signalen geven aan een pokertafel. Wegens mijn job interview had ik nog mijn hemd en blazer en zwarte broek aan. Ik was alzo, behalve de dealer, de enige aan tafel die er niet onverzorgd uitzag. Ook weer iets voor mijn imago, want de andere spelers leidden daar blijkbaar uit af dat ik een rijke toerist was die m'n geld wel rap zou afgeven.

De Star City is blijkbaar een van de duurste casino's om te spelen in de wereld. Er is per stoel een time charge, zitgeld dus, afhankelijk van de limieten - op 100NL is het 5$ per uur. Daarbovenop wordt nog 10% van elke pot geraked (afgehouden door de dealer) met een maximumbedrag van 8$, en zijn de drankjes heel duur. Ik besloot exact 2u lang te spelen, dus 2 timecharges, ongeacht winst of verlies, tenzij de big blind net bij mij zou komen een paar minuten voor het 2u 's middags werd.

De eerste paar rondjes ben ik kalm. Ik steel eens de blinds uit late positie, ik haal ook een pot binnen met een routineuze continuation bet, en praat wat met de mensen aan tafel. Er zijn een aantal types spelers: jonge Aziaten (50%), oudere westerlingen (30%), jongere westerlingen (10%), oudere Aziaten (7%), en vrouwen (3%). Van de jonge Aziaten en de jonge westerlingen kan je soms 'agressie' (i.e. ietwat gevorderd poker) verwachten, van de rest niet. Die laatste groep heeft een handje weg van zagen over met welke hands ze allemaal verloren hebben, en hoe weinig deftige hands ze maar krijgen. Normalerwijze zou een deftige mens hen vertellen dat ze verliezen doordat ze slecht spelen, en hen tips geven hoe te verbeteren, maar niet in een poker room. Dit is een landje van haaien en vissen, en geen haai ter wereld prakkizeert er nog maar over om een vis te leren zich te verdedigen.

Na ruim een half uur krijg ik 55 in late positie. Er zijn vier limpers voor me, waarvan twee calling stations, dus ze eruit raisen is niet mogelijk. Ik limp ook voor 2$ om te set minen, button callt, small blind callt, big blind checkt - de pot is nu 16$. Flop is A45, ongeveer de best mogelijke flop voor mij. Big blind bet 10$, waarschijnlijk met een lage A, of zelfs A4 of A5, ideaal voor mij dus. Er komt nog een caller voor mij, dus ik moet fors raisen om een eventuele 36 of een 67 eruit te krijgen. Dat doe ik ook, naar 40$, en de big blind gaat all in voor nog ongeveer 40$ extra. Ik besef dat hij misschien 23 kan hebben, wat de enige hand is waartegen ik achtersta (als hij AA had is hij een onnozelaar door niet te raisen preflop) maar mijn pot odds zijn veel te goed om te folden. Ik call, en jawel hij toont 23 voor een straight. Och ja, onmogelijk om middle set te folden, en ik kan nog winnen als de board pairt. Daarenboven heb ik nog ongeveer 50$ liggen voor de volgende hands. Turn is een 2, die mij extra outs geeft voor een split pot, en river die heerlijk mooie klaverenvier. Mijn stack is 250$, dus voorlopig 150$ winst.

Een uur gaat voorbij, waarin de speler die in de big blind zat mij impliciet uitscheldt voor onnozelaar omdat ik niet geraised heb met de monsterhand 55 tegen 5 spelers. Mijn stack gaat langzaam omhoog naar 290 door wat kleine potjes, en rond kwart voor 2 doe ik een reraise uit de small blind met 97s. De raiser is een competente speler en hij foldt, grijnst en toont mij J9o, waarna ik nog meer grijns en 97s toon. De tafel valt even stil, en ik voel me de koning van de wereld. De kerel met de straight van daarnet fluistert iets te luid tegen zijn maat "see, I told you he was an idiot". Ik vraag hem te herhalen wat hij zei en hij zegt ietwat arrogant "I wasn't having a go at ya, mate". Ik haal m'n schouders op en concentreer me op mijn button. Jammer genoeg is de hand J4o en heet ik niet Frederick Morel. Vier hands later krijg ik 88 in middle position, geen limpers voor me, en dus raise ik naar 5 keer de big blind (minder krijgt meestal geen respect). Big blind is shortstacked en is de enige caller. Ik hit mijn setje en hij betaalt mij met een flush draw die niet hit. Nog een paar hands later zijn daar de blinds, en ga ik weg met 245$ winst.

Ik neem me voor in de toekomst enkel en alleen met mijn winst te spelen, dus als ik de volgende keer 200 verlies stop ik er definitief mee. Een week later is het zover, ik kom aan een tafel met een jonge vrouw die blijkbaar niet van beha's houdt, een dikke zweterige vent die de hele tijd in haar bloes kijkt, en een hele hoop Aziaten. Eerste hand (ik heb BB gepost) krijg ik 95 of zo, en ik zie gratis flop die J52 is. Het checkt rond, turn is een 8. De zweterige kerel bet iets als 7, en ik call hem als enige. River is een aas en hij bet 20, in een pot van ongeveer 25. Ik denk er serieus over om hem te callen want hij riekt naar een volslagen bluf. Ik fold omdat ik niet onnozel wil doen met 4th pair voor een kwart van mijn stack, en hij toont 44. Gadvadammaaaa.

Ik hou het rond de 100, tot ik het in mijn kop krijg en uit middle position raise met QJo. Ik heb een heel tight imago, en denk daar misbruik van te kunnen maken. Een oude Aziaat callt me, en ik hit top two pair. Ik checkraise hem all in met een overbet, hopend dat het op een bluf lijkt. Aziaten worden niet graag gebluft en hij instacallt. We tonen onze kaarten nog niet en de 6 op de board pairt, wat ik niet fijn vind. Hij kan namelijk AA of KK hebben, want oudere aziaten reraisen nooit. Enfin long story short hij toont AQ en ik ben 100$ rijker. Net zoals de vorige keer kan ik nu wat losser gaan spelen want ik heb 100 big blinds, wat veel comfortabeler is en interessanter spel uitlokt als de tegenstander ook deep is. Ik pluim de vrouw die intussen shortstacked is, en dan nog eens voor haar rebuy, met hands die ik me niet herinner. Ze verlaat de tafel nogal ontstemd, en de zweterige kerel is boos op mij omdat ik zijn porno weggejaagd heb. Ik sluit de dag af met ontegensprekelijk sweet smakende 420$ winst.

De meeste spelers aan de lage tafels zijn niet echt beleefd. Ze roepen, ze schateren, ze mompelen verwensingen, enz. Ik kijk eens naar de tafel voor 5000NL, waar iedereen gespannener is maar tegelijkertijd ook heel rustig en beleefd. Een van mijn dealers op de tweede dag vertelt dat er maar een stuk of 10 dealers zijn die zo hoog mogen dealen, en dat al de rest jaloers op hen is. Ik zeg dat ik kan begrijpen dat ze jaloers zijn, en werp grijnzend een zijdelingse blik op de vetzak en de exhibitioniste. De dealer zwijgt maar kan zijn lachen niet inhouden.

Door de heerlijke winst van 665$ op samen 4u spelen word ik een beetje overmoedig, en ik begin bijna dagelijks te spelen. De eerste keer speel ik niet slecht maar doe ik een onnozele 4bet voor de flop met AKo, die natuurlijk gecalld wordt door AA. Ik blijf trouw aan mijn afspraken met mezelf en verlaat de tafel, want het was mijn eigen schuld. De 4e keer dat ik ga maak ik wat winst, in totaal 80$. Het meeste van mijn winst komt door een heerlijke bluff die mijn tegenstander een overpair doet wegleggen op een betrekkelijk ongevaarlijke board. Ik toon mijn second pair niet, maar zeg good fold alsof ik een set had. De keren daarop verlies ik respectievelijk 50$ en 100$ omdat ik te bang en niet agressief genoeg speel.

Na een dagje rusten en bezinnen ga ik terug, nadat ik op internet weer wat m'n normale spelpeil teruggevonden heb. Ik speel nog steeds te nitty, maar dat is nice want de trips die ik een paar keer zou geflopt hebben, zouden steeds verloren hebben van geflopte full houses, betere kickers en geriverde straights. Ik word weer wat meer op m'n gemak gesteld doordat mijn continuation bets beginnen te werken, en ik blijf ongeveer break even voor een uur of 3. Dit is de eerste keer dat ik een langere sessie speel dan 2u, en ik voel dat het resultaat van deze sessie mijn speelstijl voor de komende paar keren zal beinvloeden. Het is 2u30 's nachts - de poker room is 24/7 open - en veel spelers beginnen fouten te maken doordat ze moe worden. Ik krijg een nieuwe boost van energie doordat ik voel dat ik overwicht kan genereren, en ik reraise uit de blind met AK. Speler callt en de flop is JJ5. Ik bet de helft van de pot, hij knippert met zijn ogen en shufflet zijn kaarten, en foldt. Ik zeg "88 was good" en hij kijkt boos. Later zegt hij dat het TT was. Note to self: bluf hem niet opnieuw. Gelukkig hoef ik niet, want een rondje later is hij degene met AK en flop ik een setje zevens in de window, met een aas erachter. Ship iiiiit. Ik eindig de sessie van 4u op +105$ en ben vol zelfvertrouwen, maar ben niet meer zo cocky als na de 2e sessie. De laatste 10u spelen heb ik namelijk ongeveer break even gedraaid, en dat lag voor een deel aan mezelf.

De volgende twee sessies - de laatste tot nu toe, arme bloglezer - ben ik zoals verwacht op goed niveau, en ik fold terecht kings op een board van QQ8. Een andere speler, Arabisch van uiterlijk, houdt vol dat hij een full house gefold heeft die uiteindelijk de hand zou gewonnen hebben, waarna de tafel hem een beetje uitlacht en hij de volgende hand openshovet met 98 (voor ongeveer 50$) maar aanloopt tegen een kerel die QQ op de button heeft. Na zijn bust vloekt hij wat en kijkt hij vuil naar iedereen, alvorens te vertrekken. Maar 't was duidelijk dat hij loog over de full house, hij moest maar 40$ bijleggen op een threeway pot die al 250$ was, en hij zou top set moeten gecheckt hebben in positie op een board van 8h7h4d (turn en river waren Ah en As). Die sessie sluit ik af met 125$ winst en een grappig gesprekje met de dealer wiens shift ook net eindigt als ik stop.

De laatste sessie is met afstand de leukste om te vertellen. Ik zet me aan tafel op een van de uiteinden, maar beslis onmiddellijk om te verhuizen naar het midden van de tafel omdat dat betere plaatsen zijn. De vrouw die naast me zat vraagt of ik haar niet graag heb of zo, waarna ik zeg dat ik bang ben om uit positie tegen haar te zitten. Ze lacht en zegt dat het nu niet veel beter wordt, want nu zit ik uit positie tegen haar vriend. Ze hebben allebei rond de 300$ liggen, 200$ winst dus, en ik lach eens groen. Er zit maar een jonge aziaat aan de tafel, een zeldzaamheid, en een viertal oudere mannen die hun geld zo snel mogelijk kwijt lijken te willen. Bij mijn tweede hand raiset de vrouw van daarnet, en ik reraise met JJ. Ze callt en foldt op m'n continuation bet op een queen hi flop. Nice begin. Volgende hand krijgt een intelligente jonge speler op de cut-off KK, en hij raiset maar naar 10$ alhoewel er al twee limpers zijn. De vrouw is big blind en callt, een van de limpers callt. Flop is 332, cut-off bet en beide andere spelers callen. Turn is een 5, en nu bet de limper. Beide andere spelers callen. River is een aas en de limper bet opnieuw. KK en de vrouw, met JJ blijkbaar, folden heel gedegouteerd, en de oude Aziaat toont 35o. Als die aas niet gekomen was, was hij 100% zeker afbetaald geweest. De jonge speler ontploft en zegt "wtf were you doing man, I raised to 10$". Maar limpers nemen moeilijk afscheid van hun initiele call, en als ze plots beginnen uit te betten na de flop zit je gegarandeerd in de problemen.

5min later krijg ik KK in de big blind, en bijna iedereen limpt. Ik raise naar 22$ en krijg maar 1 caller meer, de pot is nu rond de 60$. Continuation bet wordt gecalld, shove op de blank turn wordt gecalld. River is een aas en ik zeg "ooh I don't like that card" maar op een of andere manier heb ik toch nog de beste hand (tegenstander toont niet, maar had vast 99 of zo). Houpla, stack is 270$. Het koppel blijkt een heel grappig paar te zijn, en we ginnegappen wat met ons drieen terwijl de jonge speler pissig zit te kijken naar de kerel met zijn 35o. De kerel van het koppel zit op een bepaald moment dat hij weg wil, want hij is veel kwijt en zit op 99$ en zijn vrouw op mooie winst, maar zij wil niet. Hij gaat op een bepaald moment naar 5$, maar doet een paar double ups en komt terug naar rond de 90$ alvorens weer het grootste deel te verliezen.

Het koppel beslist in totaal 3 keer om weg te gaan, maar pas de derde keer is het goeie keer. Ik zal daar niet over klagen, want de laatste hand voor zij weggaan is bijzonder leuk voor mij. De vrouw raiset in vroege positie, en ik call met KQs. Er komt nog een caller, uit de blinds denk ik. Flop is Kc9d4c. De vrouw bet heel zelfverzekerd uit, en ik call, denkend aan set of AA of AK. Turn is Qc die dus de flush mogelijk maakt, maar die heeft zij zeker niet. Ze bet nogmaals 20$, ik raise naar 100$ - we zijn beiden heel deepstacked - en ze callt. Ik denk AK met de Ac. River is een blank en we checken allebei, ik wegens de mogelijkheid van een set en zij wegens de derde club. Pot is rond de 275$, meteen mijn winst voor de avond, en tenietdoening van alle winst van de vrouw. Het is bijna middernacht en we cashen alledrie uit, waar ze me vertelt dat ze aces had. Ze zijn vriendelijk maar toch een beetje stil, en ik hou me ook rustig want verliezers uitlachen, daar doe ik (in tegenstelling tot de meeste andere spelers hier) niet aan mee.

Slecht gedicht annex profit summary:

17/11 +245
23/11 +420
26/11 -100
28/11 + 80
29/11 - 50
30/11 -100
01/12 +105 (4u)
05/12 +125
06/12 +275

------------

1000$ (20u)

En nu ik toch bezig ben met stoefen over poker: mijn account op pokerstars staat op ongeveer 900$ op dit moment