De volgende dagen doen we heel typische toeristendingen, zoals het Wildlife Center en de gigantische uitkijktoren middenin de CBD, terwijl ik soms klaarwakker ben en soms half sta te slapen. Het Engels van de twee Fransen verbetert zienderogen doordat ze vanalles vragen aan mij, maar ze laten mij nog het woord doen en public, en onderling spreken we meestal Frans. Mijn beheersing van die taal, ooit behoorlijk goed maar intussen bedolven onder een dikke laag roest, wordt opgepoetst, en geupdatet met allemaal slang en Verlan. Na mijn eerste indruk, die niet gespeend was van enig dedain, beginnen ze toch veel sympathieker en interessanter over te komen. Vooral Audrey begint me aan te staan, niet in het minst doordat ze zo snel is. Na een paar dagen laten ze hun camera's ook wat vaker thuis en kunnen we gesprekken voeren die niet onderbroken worden door hun obsessie om de wereld te digitaliseren. Intussen zijn mijn drie geboekte nachten in het hostel voorbijgevlogen, en moet ik de hele tijd nachten bijboeken tot ik iets anders gevonden heb en/of de stad verlaat. Daardoor kom ik op in totaal 4 verschillende kamers terecht in Wake Up, allemaal met enkele interessante en enkele saaie mensen. Elke donderdag is er een competitie van killer pool in Side Bar, en Jake en ik doen mee. Killer pool is een massavorm van gewone biljart, waarbij iedereen elk om beurten een stoot doet. In het begin heeft iedereen 4 levens. Wie mist, raakt een leven kwijt; wie scoort, blijft status quo; wie de zwarte bal scoort, krijgt een leven bij. Bij 0 levens ben je uitgeschakeld, natuurlijk. Ik haal m'n beste pool boven en bereik de finale, een normale poolwedstrijd tussen mij en een Franse kerel. Hij speelt goed maar ik kan een vroege rush opbouwen, en speel daarna defensief tot ik een nieuwe kans heb. Eens die komt, is het heel vlug voorbij en win ik een poef van 100$, die avond te spenderen in Side Bar. Dat doen we dan ook gaarne, en de poef is geannihileerd in iets meer dan een uur: Jake, Brittany en ik drinken alledrie vijf vodkasomethings die aan 6.6$ over de toonbank gaan. De restdollar geef ik als fooi aan een afwasser die ik per ongeluk geschoffeerd heb.
Audrey en Jerome beginnen hun reis rond Australie te plannen. Ze hebben beiden nogal strikte invullingen van hoe hun reis moet zijn, wat ze willen zien en waar ze gaan werken. Dit staat in schril contrast met mijn houding over de periode hier, die, zoals ik later uitleg aan iemand, helemaal gebouwd is rond "pourquoi pas" en leven in het moment. Audrey wil zo snel mogelijk naar Melbourne om het gevoel te hebben dat ze aan het reizen is, maar ze moeten wachten op hun bankkaarten en stellen het vertrek een week uit. Ik doe een aantal uitstappen zonder hen, met Jake die intussen Brittany verloren is aan een "English twat" die blijkbaar alleen in haar broek wil zitten. Hij benadrukt kort dat hij haar nooit als zijn beste vriendin beschouwd heeft, maar toch wel wat meer consistentie verwacht had van haar.
woensdag 4 november
Na acht nachten in Wake Up vertrekken we met ons drieen naar Bondi Beach, een van de beroemdste stranden rond Sydney, en nemen een hostel vlakbij het strand. Er is een zeer uitgebreide surfcommunity die de hele dag lang een keten van wit polyester over de baai vormt, en zo in de praktijk de zwemmers beschermt tegen eventuele haaien. Gemiddeld een keer per week is er shark alert, maar het is een half jaar geleden dat iemand aangevallen is door een haai, en 60 jaar (!) geleden dat iemand nog gestorven is aan een haaienaanval in Bondi - maar niemand wil degene zijn die die streak beeindigt, natuurlijk. De surf is betrekkelijk nice, ook voor bodyboarders en zwemmers die de golf volgen. Jake komt eens af naar Bondi en smeert zich in op zijn borstkas, maar vergeet zijn zijden. Op het einde van de dag lijkt hij op de Canadese vlag. In het hostel wordt Jerome benaderd door een Noors meisje met een perenkont dat blijkbaar vuile manieren wil doen met hem, maar hij vindt haar - terecht - helemaal niet aantrekkelijk en vindt vlug iets uit over een lief thuis. Ze dringt aan, maar hij wandelt gewoon weg. De volgende ochtend schuiven we per ongeluk aan aan dezelfde tafel voor het ontbijt als zij en haar vriendin, en heerst er de ongemakkelijkste stilte die ik ooit geweten heb.
Intussen bruin ik langzaam, vooral op mijn armen en in mijn gezicht maar ook op de rest van mijn lichaam. Ik let op met te lang in de zon zijn, want we zitten hier onder het gat in de ozonlaag, en kanker lijkt me niet het leukste souvenir om terug mee naar huis te nemen. Jerome heeft ongeveer dezelfde instelling als ik, maar Audrey is geobsedeerd door de zon en heeft het altijd koud - al is het hier gemiddeld 25 graden.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten