donderdag 17 december 2009

Be a traveller, not a tourist, pt. 3

zaterdag 7 november

Op mijn tweede zaterdag gaan Audrey en Jerome dan eindelijk naar Melbourne, en ik besluit pourquoi pas mee te gaan voor een paar weken. Het plan was om op vrijdag te vertrekken, maar een hele hoop omstandigheden zorgen ervoor dat we dan niet weg kunnen. Gelukkig is het biljet een hop-on hop-off ticket, zodat we zonder problemen de volgende dag de bus kunnen nemen. We beslissen om de busreis, in totaal 16u, in twee te delen. Ongeveer halfweg ligt het kuststadje Merimbula, en we boeken ons YHA-hostel daar terwijl we al op de bus zitten. Rond middernacht komen we toe, en hebben een heel luie zondag op het strand daar. Jerome en Audrey willen een zotte photoshoot doen, en ik hou hen niet tegen. Op het strand daar zie ik eindelijk eens die tattoo volledig, en ik probeer te liegen dat ik hem niet lelijk vind. Die avond hebben we een soort ruzie met de eigenares van het hostel daar, omdat ze ons vanalles aanrekent dat ze nooit vermeld heeft - in totaal rond de 15$ per persoon. We betalen uiteindelijk na een hoop pissige blikken, maar beloven slechte reclame te maken voor haar etablissement. Bij dezen. De tweede helft van onze reis, van ongeveer middernacht tot 9u 's ochtends, is gruwelijk doordat we moe zijn, maar slapen op een bus lukt nu eenmaal niet zo goed.

In Melbourne nemen we een privekamer voor een week in de "Metro YHA" in het noorden van de stad, aangezien dat even duur uitkomt als met drieen in een 6-share slapen. Audrey heeft allemaal plannen om de hele stad te zien en naar de stranden te gaan, maar dat komt er niet van. Het enige dat we doen is 's avonds uitgaan, op zoek naar leuke plaatsen om wat te drinken en te dansen en volk te ontmoeten. Zij plannen om 2 maanden in Melbourne te blijven, en zo rap mogelijk werk te vinden, maar ze zoeken nergens en bewegen amper overdag. Uiteindelijk - we spreken zaterdag, en we zijn in Melbourne toegekomen op maandagochtend - ga ik alleen de stad verkennen om eens mijn gedachten op orde te zetten en te beslissen of ik nog bij hen wil blijven. We zijn intussen 3 weken samen aan het optrekken, en ik heb meer en meer het gevoel dat ik gewoon aanhangsel en vertaalmachine ben voor hun reis. Het zijn heel coole tijden geweest en ik heb hen goed leren kennen, maar ik begin meer en meer te ondervinden dat reisvriendschappen een beperkte houdbaarheidsdatum hebben.

Intussen hebben we wel, in die week, enorm leuke avonden gehad. De maandagavond valt zwaar tegen, maar op dat moment weten we nog niks zijn. Dinsdag overdag ontmoeten we Romain, een maat van een maat van Audrey die al drie jaar in Melbourne woont. Hij vertelt ons duizend dingen om te doen, waarvan we de helft al vergeten zijn tegen dat we thuiskomen. 's Avonds heeft Audrey geen zin om uit te gaan, dus gaan Jerome en ik alleen op stap. Ik heb overdag een affiche gezien van een cafe genaamd "the drunken poet" en we gaan daarnaar op zoek. Onderweg zien we echter een heel gezellig klein cafeetje, op slechts een paar straten van het hostel, en gaan daar binnen. De plaats heet de "Prudence Bar" en doet denken aan de Bluesette qua stijl, en aan de Krawietel qua muziek en barvolk. De plaaselijke Tom Lievens heet Josh, en vertelt ons dat het gebouw vroeger een vintage muziekwinkel was, maar die was overkop gegaan en toen werd het overgenomen door de huidige cafebaas die er meteen alle overgebleven cd's en lp's bij kocht. Josh Lievens speelt drums en basgitaar in ongeveer zes verschillende bandjes, en is een van de brouwers van een plaatselijk bier genaamd Three Ravens, dat in Asterixstijl weerstand biedt aan het overwicht van de grote biercorporaties. Om 1u sluit het ding, maar dan zoals mijn soort cafes in Belgie sluiten: de gordijnen toe, de muziek wat stiller, en de sleutel op de deur voor wie wil weggaan. Vanaf dan mag er ook gerookt worden binnen, wat Jerome - en Josh - bijzonder oplucht. Intussen heb ik op de traagst mogelijke manier contact gelegd met Zoey, een plaatselijke beeldschone in een flatterende jurk die me elke keer ze een drankje kwam bestellen ontstellend ontwapenend aangekeken heeft, en zit ik met haar te babbelen over In Bruges en Japans en kleuteronderwijs. Wanneer ik echter even naar 't toilet ga, wordt ze aldus Jerome meegesleurd door haar vriendenkring, waarvan er een een goeie vriend is van Josh. Die vertelt me later op de avond, bij de Laphroaig-whisky die we voor 3$ ipv 12$ hebben gekregen, dat de kerel in kwestie hopeloos verliefd is op Zoey en nogal territoriaal gefrustreerd is, en dat het misschien maar beter is dat er tussen mij en haar nog geen volbloed geflirt van gekomen was.

Op donderdag volgen we een van de suggesties van Romain en gaan we naar de "Laundry club". Daar is welgeteld tien man, waarvan 2 bouncers en 2 barmannen. De anderen zijn 4 poolspelers, die op hoog niveau de tafel opkuisen, en 2 vrouwen die ietwat dronken met elkaar converseren. Ik heb geen idee waarom, maar Audrey en Jerome zijn vastbesloten om hier een feesje te bouwen en beginnen elkaar en mij shotjes te trakteren. We betalen om beurten met onze bankkaarten, en na een tijdje wordt het inderdaad wel nice. Ik praat een eind met de barman die nog in Zweden gewoond heeft, en ik vertel hem dat ik wat Zweeds kan. Hij kijkt me ietwat raar aan wanneer ik "jag har en stor kuk" zeg, en hij vertaalt voor Audrey, waarna die giechelt en zegt "on verra ce soir !" We mogen alle liedjes aanvragen, waarop de poolspelers weggaan aangezien ze geen zin hebben in de rockhits die wij willen. Evidemment raken we aan de praat met de twee vrouwen aan de toog, via de barmannen die ons blijkbaar heel graag zien komen, en ik speel een partijtje pool met de grootste van de twee vrouwen. We spelen allebei onder ons niveau en ik win slechts nipt. Achteraf begint ze een heel rare monoloog tegen ons allemaal over hoe ze vroeger een stripster is geweest maar gestopt is, en dan maar dik geworden is. Ze is niet dik. Na de monoloog begint ze wat met mij te babbelen, maar ze is nogal dronken en veel coherents komt er niet meer uit. Eens ik daarenboven merk dat ze een uit de kluiten gewassen donssnor heeft, is het genoeg geweest en zeg ik in het Frans tegen Jerome dat we misschien beter naar huis gaan.

De dag erna ben ik vastbesloten eindelijk dat epische boek On the Road uit te lezen. Het is de warmste dag van die week, die op zich al een hittegolf vormt, en ik zit op het dakterras van ons hostel te zweten terwijl Jack Kerouac in Mexico City vreemde koortsvisioenen heeft en zijn vriend Neal Cassady 'm smeert met de auto en het beetje gezond verstand dat hij nog overheeft. Als kind panikeerde ik soms dat onze auto, als ik niet oplette terwijl mijn ouders reden, plots zou binnenrijden in de mond van een gigantisch monster dat bezig was met de weg opeten. Op ongeveer die manier eindigt die driehonderd pagina's lange onafgebroken stroom van redeloosheid: met een manuscriptrol die aangevreten wordt door een anonieme hond.

Op zaterdag gaan we naar een hippe club in 't centrum van Melbourne, wat ons 10$ inkom en heel dure drankjes kost. De avond is bijzonder saai, maar Audrey blijft maar hopen dat er plots iets episch gaat gebeuren. Om 2u30 beseft ze eindelijk dat het njet zal zijn, en gaan we naar huis. Tegen dan heb ik beslist dat ik terug naar Sydney ga, want ik heb een werkaanbieding gekregen en dat geeft me een perfect excuus om weer m'n eigen reis te gaan beleven zonder Jerome en Audrey te schofferen.

Op zondag komen we eindelijk nog eens overdag buiten, onder andere om mijn nachttreinticket te boeken. Een cafe net naast de Metro YHA, dat al de hele week gesloten is geweest, is nu wel open en iemand daar zegt plots tegen ons, wanneer we passeren, dat het 's avonds rond 6u gratis barbecue zal zijn. Daar hebben we wel oren naar, en 's avonds komen we daar terug om iets te eten. Het blijkt de openingsavond te zijn van het cafe, dat net overgenomen is door Brett, een zich twintig wanende half-aboriginal van tegenaan de veertig. De hele avond lang krijgen we gratis bier en vodkasomethings en daiquiri's en jagerbombs (een gore duikbootcombinatie van redbull en jagermeister). Ik praat wat met Sarah, een aantrekkelijke vrouw van eind de twintig die dreadlocks heeft en als zelfstandige tuinwerk doet, en ze doet me daardoor, maar ook qua mentaliteit en karakter, ongelooflijk hard denken aan mijn neef Thomas. Haar vriend Jody is een Canadees die naar eigen zeggen tien jaar in de NHL ijshockey gespeeld heeft, maar zijn naam levert alleen Facebookhits op in Google, en niets in de specifieke NHL-databases. Caught in a lie, I'd say.

Later die avond komt aan het licht dat Brett nog barmensen zoekt voor het cafe, waarna ik ogenblikkelijk voorstel om Jerome en Audrey aan te nemen. Daar hadden zij natuurlijk nog niet aan gedacht, maar ze zien het wel zitten. Meteen wordt gearrangeerd om hen wat bartraining te geven, en hen daarbovenop in te schakelen in de pr voor de zaak - Audrey is gediplomeerd grafisch ontwerpster. Op het einde van de avond zijn er twee gasten die de hele tijd aan een Volvo zitten te prutsen, en het blijkt dat ze zich buitengesloten hebben uit de auto. Hele missies worden opgezet om weer binnen te raken, met onder andere gedachten om een ruit in te tikken, terwijl er wat toeschouwers op staan te kijken. Sarah en Jody willen mee met de auto, en zij twee en ik kijken wat toe en ginnegappen over wat voor onnozelaars de twee eigenaars zijn. Op een bepaald moment hoort een van de twee kerels dat, en wordt hij heel verbaal agressief tegenover mij. Jody kalmeert hem wat, maar ik heb wel door dat ik miserie ga krijgen als ik langer blijf. Australiers durven namelijk al eens gewelddadig worden als ze dronken en/of boos om iets zijn. Twee minuten later neem ik dus afscheid van Sarah en Jody, en wandel ik rustig naar het hostel. De kerel van de Volvo roept "tosser !" naar me, waarna ik dat heerlijke tweevingerige gebaar van fuck off maak, alvorens om de hoek te verdwijnen. Ik hoor hem oi roepen en achter me aan lopen, maar ben in het hostel eer hij de straat op komt, en zelfs hij weet dat je beter niet begint te vechten als er vijf beveiligingscamera's in de buurt zijn.

De dag erna is er een afspraak met Brett over de shiften die de twee moeten invullen, en daarna gaan we eten in een ander cafe waarvan Brett mede-eigenaar is. We krijgen smaakvolle en verfijnde pizza's, en Brett weigert het geld dat we hem willen betalen. Hij zegt dat hij zijn barvolk dat niet kan aandoen, en voor mij zegt hij dat het een afscheidscadeau is. Ik krijg de doggy bag van de pizza's mee voor op de trein, die toch ook een uur of 12 doet over de afstand Melbourne-Sydney. Daarna is het tijd voor afscheid op het perron. Het is de eerste keer in Melbourne dat het weer wat tegenvalt (een schamele 18 graden) en we staan in onze zomerkleren toch wat te bibberen van de koude wind. Het afscheid is weinig emotioneel, maar ik beloof terug te keren naar Melbourne voor kerst. Jerome is namelijk jarig op 24 december, en Brett belooft een feesje te geven. Hij is nogal een jetsetkerel en zweert dat hij gaat zorgen dat het samenvalt met een celebrityfeestje dat ook op kerstavond zal plaatsvinden en waar Kylie Minogue aanwezig zal zijn. Ik geloof er geen woord van, maar ik zal toch m'n belofte houden voor Jerome - en de minieme kans om Kylie Minogue te versieren aja. Brett belooft ook dat hij me een paar nachten gaat bezorgen op een jacht in de haven van Sydney, want hij kent iemand die daar een boot heeft en blablabla. Ik heb daar wel oren naar, maar ben toch ook voorzichtig sceptisch - terecht, zo blijkt later. Dan ga ik de trein op, en mijn stoel is schuin achter een vrouw met een bijzonder schattige bebi van een maand of 8, misschien 10. Het ventje knikkebolt al voor de trein vertrekt, en huilt alleen een paar minuten rond middernacht. Desondanks slaap ik slecht, en heb ik de dag erna in Sydney last van iets dat ik slechts kan omschrijven als jetlag zonder uurverschil.

1 opmerking: