In de namiddag gaan we toch terug om eens te zien wat er nog gebeurt, en we worden in een soort conferentiekamer ontvangen door onze sollicitatiecanadees. Ik benadruk dat tot dan toe nog steeds niemand letterlijk gezegd heeft dat we deur-aan-deur zullen moeten verkopen, en hoeveel we zullen verdienen. Dat verandert echter nu, aangezien we een contract voor onze neus krijgen. We vullen allemaal braaf onze belangrijkste gegevens in, naam geboortedatum adres en telefoonnummer. Ik zie Nashree twijfelen om haar tax file number in te geven - een belangrijk gegeven hier, en men waarschuwt dat je het alleen mag geven aan je definitieve werkgevers - en ik schud lichtjes van nee. Ik zeg tegen de Canadees dat ik het mijne nog niet heb, wat de waarheid is aangezien de brief in de post verloren is geraakt, en Nashree liegt dat ze het hare niet van buiten kent. De Canadees geeft uitleg bij de contractuele bepalingen, waarvan elke nieuwe er nog schimmiger uitziet dan de vorige. Uiteindelijk blijkt dat we enkel en alleen op commissie gaan werken, en dat onze commissie afhangt van de bedragen die de mensen ons geven. Het is 100$ voor de grootste donaties van 35$ per maand, en 20$ voor de kleinste donaties van 10$. De anderen lijken dat veel te vinden, maar ik ben betrekkelijk zeker dat dat kan tegenvallen. Op de meeting in de voormiddag had iemand namelijk gezegd dat hij in een hele week 12 mensen had gecontracteerd, waarvan de helft voor het kleinste bedrag. Iedereen vond dat een uitzonderlijk succes, wat mij vertelt dat de gemiddelde wedde wel rond de 300$-400$ per week zou schommelen. Ter vergelijking: Jake verdient als sleurjongen in de bouw 200$ per dag - en dat is een gegarandeerd bedrag.
Wanneer de Canadees iets gaat halen in een aanpalend kantoor, zeg ik tegen iedereen in de kamer "I'm not signing this, guys", wat ik even later herhaal tegen de onderbaas. Hij zegt "all right, you can go then, mate" met een koude blik, en duidelijk ontevreden dat ik dat zeg terwijl al zijn nieuwe rekruten het kunnen horen. Zijn koude woede is genoeg voor mij om door te hebben dat ik volslagen gelijk heb over het bedrijf, en ik verwijder me voor hij me echt buitengooit.
Zoals steeds als ik er smart uitzie, kijken er mensen naar mij. Het is hier namelijk heel ongewoon om een jonge man in een pak te zien buiten de CBD, en als je dan nog zo mooi bent als ik val je gegarandeerd op. Deze keer zijn het echter vooral de homo's op Oxford Street die omkijken, en zelfs een die naar me fluit. Ik bloos een beetje maar registreer het als een compliment, en flaneer rustig verder tot aan Hyde Park. Ik zet me daar neer aan het Memorial Statue voor de oorlogsdoden uit WWI en WWII, en ik baad wat zon want het is voorlopig nog een mooie dag. Een bedelaar komt op me af en zegt met een hilarisch geaffecteerd stemmetje "oh my gaawd, this is outrageous ! Well, I'm just gonna HAVE to write you up" waarna hij zijn vinger als pen en zijn andere hand als boetebonnenboekje gebruikt. Hij geeft mij de imaginaire boete, ik neem de lucht in kwestie in ontvangst en vraag wat ik wel misdaan heb. Hij zegt dat hij van de Fashion Police is en dat ik er zo stijlvol uitzie dat ik de modellen jaloers maak. Ik lach eens en zeg dat ze in dat geval nogal ijdel zijn, en beter zouden gaan shoppen in Europa. Daarna zegt hij "would you like a million dollars ?" waarop ik bevestigend antwoord, en hij zegt dat hij me, als ik hem wat geld geef, een miljoen zal geven eens hij zelf multimiljonair is. Ik vind hem zo grappig dat hij wel wat geld verdient, en ik geef hem 2$. Hij schrijft alweer met vingerpen op zijn hand een kwitantie uit voor de 2$ en de belofte dat ik een miljoen terugkrijg, en ik steek de nieuwe lucht in mijn borstzak bij de vorige. Hij wandelt weg en ik grijns van oor tot oor om het lef en de creativiteit die de bedelaar tentoongespreid heeft.
Ik blijf daar nog wat zitten en er komt een Mormoon op me af, om te rekruteren. Ik heb intussen mijn ervaring opgedaan met rekruteringen, en vraag hem rustig wat er precies aan de hand is. Hij vertelt wat over de wonderbaarlijke visioenen die John Smith*, de vader van de Mormoonse kerk, gehad heeft, en over de kracht van god en al dat soort dingen. Ik hoor hem geduldig uit en begin te vertellen dat ik volstrekt atheistisch ben, maar dat ik zijn mening respecteer. Ik voeg er echter aan toe dat het verhaal van die John Smith* heel goed lijkt op wat een bedrieger zou zeggen: "ojo kijk keer gasten ik heb hier gouden platen gevonden in de bossen van Massachusetts, waarop in een onbekende taal verhalen staan over hoe Jezus allemaal zotte dingen deed in Amerika. God heeft mij geholpen ze te vertalen in anachronistisch King-James-Bible-Engels en heeft dan de gouden platen doen in rook opgaan. Toevalligerwijs is de doctrine die erin uitgelegd staat precies degene die ik al propageerde voor ik die vertaling maakte !" Ik verwacht niet dat hij daarvoor zou openstaan maar wil het eens gezegd hebben. Hij weet niet goed wat te zeggen en begint maar over iets anders. Even later komt er een tweede mormoon bij die duidelijk al wat meer ervaring heeft, en we gaan verder met praten over evolutie. De nieuwe mormoon zegt "evolution is just a theory" waarop ik riposteer "the Bible is just a book". Dit klinkt nu iets polemischer dan hoe ik het zei, tussen haakjes - ik ben de hele tijd heel respectvol en rustig gebleven. Het gesprek eindigt met een verbaasde stilte vanwege de nieuwe mormoon wanneer ik negatief antwoord op de vraag of ik in god geloof. "We won't bother you any further" zegt hij een half minuutje later, waarop ik herhaal dat ze mij zeker niet gestoord hebben.
* Ik dacht dat hij zo heette, maar ben nu niet meer zo zeker - want ik heb een buikgevoel dat John Smith de man van Pocahontas was ^^
Ik wandel door Hyde Park en zie plots dat er een metersgroot schaakbord op de grond getekend staat. Niemand speelt daar - met welke stukken ook, vraag ik me af - maar aan twee kleine tafeltjes wat verder wordt wel gespeeld. Ik zet me bij aan de ene tafel, en zie wat eindspelgeknoei van twee oudere heren die vast te laat in hun leven begonnen zijn met spelen om echt goed te worden. De partij eindigt in een onspectaculaire schaakmat met een pion die koningin wordt en het bord schoonveegt, en ik ga naar de andere tafel kijken. Daar zijn een vijftienjarige jongen en zijn vader op niveau bezig; ik kijk toe vanaf ruwweg zet 10. De jongen heeft heel sterk ontwikkeld, maar blundert plots een loper en een pion en staat een punt of 4 achter. De vader neemt gas terug, en geeft volgens mij opzettelijk de kans om een toren te pakken binnen een zet of 3-4, maar de jongen ziet het niet en blijft zwaar achterstaan. Hij verweert zich echter goed. De partij wordt onderbroken doordat ik voor de eerste keer sinds Bondi Beach, twee weken tevoren, regen voel. De vader mompelt terwijl ze weggaan wat tegen zijn zoon, waarschijnlijk over gemiste kansen en geconcentreerd blijven, en ik wandel door een kleine vlaag naar mijn nieuwe hostel.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten