woensdag 24 maart 2010

Sup guise !

I'm gonna play in the SCOOP Poker Tournament on PokerStars, and I get tournament tickets if I complete some assignments for them.

vrijdag 5 maart 2010

Overland Track, de cijfers

Aantal dagen gewandeld: 6
Aantal uren gewandeld: +/- 33
Aantal km gewandeld: 90 (82 + 8)
Langste afstand op 1 dag: 27,5km (Dag 2)
Kortste afstand op 1 dag: 9km (Dag 3)
Langste wandeldag: 9u45min (Dag 2)
Kortste wandeldag: 3u15min (Dag 6)
Hoogste punt: +/- 1350m (halfweg Cradle Mountain)
Laagste punt: 737m (Lake St. Clair)
Aantal bewolkte dagen: 2 (Dag 1 en Dag 2)
Aantal regendagen: slechts 1 (Dag 2) - dit is heel uitzonderlijk
Aantal zonnige dagen: 4

Aantal slangen: 5
Aantal wallabies: rond de 20
Aantal possums: 1
Aantal Tassie devils: 0 :-(
Aantal muggenbeten: 1
Aantal insecten: platte acht
Aantal spinnen: platte acht
Aantal joden: 1
Aantal Duitsers: 10 (hier zit een mopje in)
Aantal Fransen: 2
Aantal Indiers: 2
Aantal Australiers: 20+
Aantal Tasmanen: 0
Aantal mooie vrouwen: 0
Aantal dikke veertigplussers: platte acht

Aantal foto's gemaakt: 552
Aantal filmpjes gemaakt: 11
Aantal foto's weggesmeten om plaats te hebben voor meer foto's: 91 (waarvan 50 voor Echo Point Hut)

Overland Track, dag 6

Die nacht heb ik voor de eerste keer in een week niet koud, maar we worden af en toe gewekt door beesten die aan de deur krabbelen en op het dak lopen. Rond 6u, het is nog grotendeels donker, ben ik definitief wakker. Ik zet me met mijn camera in aanslag op de jetty om de mooiste zonsopgang van mijn leven af te wachten.

Rond 6u45 beginnen op de bergtoppen de eerste zonnestralen de rotsbergen oranje te schilderen, en Homerisch roze kleurt de horizon achter de lagere hellingen. In de verte zie ik mist op het meer. Ook achter me lichten de bergen topfirst op, en de dag geurt zoals steeds naar eucalyptus. Het vogelgezang vormt een minimalistische melodie boven de basso continuo van de kabbelende stroompjes die in het meer uitmonden. Rond half acht is daar dan eindelijk de eerste zonnestraal in mijn haar, en zoals elke ochtend neem ik elk foton in me op.











Zelfportret in afwachting



En daar is ze dan eindelijk




Kort daarna worden de hutgenoten wakker want de zon schijnt binnen. Na een lang durend ontbijt vertrek ik als eerste. Ik loop door honderd begonnen spinnenwebben en ragdraden, en zie twee slangen in een tijdsspanne van 15min. Rond 11u30 halen de lange benen van Max me in, en het laatste stuk wandelen we samen. We zijn dichtbij, we weten het, want het pad is hier beter onderhouden en we passeren veel kruispuntjes met daywalkpaden, maar nergens staat aangegeven HOE LANG NOG.

Na bijna een uur herken ik de brug en het pad dat ik een maand tevoren met de 4 Waalse wijvekens bewandeld heb, en zo weten we dat het nog maximum 20min is. Na 10min stapt Max nog bijna op een tigersnake die midden op het intussen autobrede pad ligt. We komen allebei ons verschot net op tijd te boven om het beest nog te fotograferen voor het in de bush verdwijnt.

Om 12u40 ronden we eindelijk de laatste bocht, en vijf minuten later doen we onze aankomstregistratie bij het Visitor Centre van Lake St. Clair. Een obligate foto later gaan we de Overland burger eten, waarin we gehakt, kaas, ei, bacon, beetroot, salade en wortel vinden - zowat alles waaraan het ons een week lang ontbroken heeft.

De laatste foto




Daarna koop ik een plaats op de bus naar Devonport en reserveer ik een tentplaats voor die nacht, want voornoemde bus vertrekt pas de namiddag daarna. Ik neem een slechte douche die me toch enorm deugd doet, want het is warm - WARM - water.

Wanneer ik terug bij de visitor centre kom, zijn het Indisch koppel toegekomen met de ferry. Zij en Max zitten een pint te drinken en babbelen relaxed en licht vermoeid, en ik voeg me bij het gezelschap. Na een paar flessen gaan we naar het strand om onze moede leden voor een paar uur te verwennen met zon en meer en zand en vooral rust. 's Avonds ontmoet ik via Max, net voor hij weggaat, een Italiaans koppel dat in de visitor centre werkt, en zij laten me heel even hun internet gebruiken zodat ik kan laten weten dat ik het boeltje overleefd heb. Daarna ga ik mijn laatste kampeernacht tegemoet.

Vertrek: 9u30
Aankomst: 12u45
Afstand: 11 (etappe 7b)

Overland Track, dag 5

Dag 5 wordt geen rustdag, want ik ervaar dat bewegen mijn stramheid en pijn vermindert. Ik wandel van Bert Nichols' Hut naar Narcissus Hut in een betrekkelijk eentonig landschap en een deftig tempo, over een zeer vlak traject. Ik kom bij Narcissus Hut om 12u en heb de keuze om ofwel hier te stoppen met de Overland Track en de miniferry te nemen naar het eindpunt genaamd Cynthia Bay, ofwel de 17km lange wandeling langs Lake St. Clair af te werken. Ik ben geen wener, en de ferry kost 35$, dus wandel ik.

The straight line will take you only to death (Jack Kerouac)



Een moment van reflectie bij Narcissus Hut




De laaghangende wolken worden gerekt door de strakke wind





De weg naar de halfway house (Echo Point Hut, mijn geplande slaapplaats voor die avond) is langer dan verwacht, en mijn knieen hebben er alweer maar weinig zin meer in. Ik hou de moed hoog doordat ik af en toe tussen de bomen het blauwste blauw van het meer zie. Dit deel van de wandeling wordt maar door weinig mensen gedaan; iedereen wandelt volgaarne de eerste 65km, maar de laatste 15km zijn er blijkbaar te veel aan. Het pad is daarom slecht onderhouden, en ik moet vaak mijn weg zoeken en/of over gevallen boomstammen klauteren.

De eerste glimp van Lake St. Clair



Een boomstronk die tussen drie andere bomen gevallen is en daar gekneld is geraakt



Het pad is niet bepaald in goeie staat



Wanneer ik toekom bij de Echo Point Hut, staan daar de schipper van de ferry en zijn vrouw wat te keuvelen met geldtoeristen. Zij negeren mij een beetje, maar hun springintvelddochtertje van 7 genaamd Karrie vertelt mij vanalles over haar ouders en homeschooling en enig kind zijn. Ze is werkelijk een wolk van een meisje, heel spontaan en grappig, en ik vertel haar wat over mijn gekke WWOOFingbebis Archer ("is that a name ?") en Jhetty ("that's a pontoon !").

Uitzicht op het meer




Daarna vertrekken ze met de miniferry, en ik eet mijn na-middag-voor-avondmaal. Ik denk dat ik alleen ga zijn die avond, maar rond 5u komt en Amerikaans koppel eindetwintigers toe. Will en Paula gaan naar Pine Valley, een sidetrack tussen Bert Nichols' Hut en Narcissus Hut, en komen uit Colorado. Ik vraag hen uit over de Rockies in het licht van het intussen bloeiende plan voor de roadtrip door Amerika. We hebben heel interessante gesprekken, en rond half 7 worden we verrast door een nieuwkomer, niemand minder dan Max de Beier die die ochtend in Kia Ora Hut vertrokken is. Hij heeft dus drie etappes afgelegd in 1 dag.

Uitzicht op het meer van bij Echo Point Hut




We kijken met ons vieren na het avondmaal naar de zonsondergang en de eerste sterren, en zien vogelbekdieren duikelen in het Delftblauwe meer. Wanneer we ongeveer uitgepraat zijn, gaan we terug naar de hut en vinden daar een gigantische brushtailed possum, die door Max' etensresten aan het rommelen is. We proberen hem weg te jagen maar hij is amper bang. We nemen uiteindelijk alle afval mee naar binnen en gaan slapen.

Zonsondergang en maansopgang op Lake St. Clair




Vertrek: 9u en 13u
Aankomst: 12u en 15u30
Afstand: 10 + 6 (etappe 6 en etappe 7a)

Overland Track, dag 4

Zoals alle nachten krijg ik het ijskoud, al duurt het deze keer veel langer om af te koelen want ik ben voorbereid. Het grote probleem is dat ik 's nachts naar het toilet moet, en na die trip naar de outhouse door de buitenlucht warm ik niet meer op. Ik zie wel de volste sterrenhemel ooit: we zijn 30km van het dichtstbijzijnde kunstmatige nachtlicht verwijderd, en er is geen maan te zien op dit moment. Misschien voor het eerst in mijn bestaan zie ik ontegensprekelijk en overduidelijk de melkweg over de hele hemel opengespreid.

's Ochtends is het eerste nieuws dat ik hoor de mededeling dat er geen water is, nogal ambetant want het mijne is bijna op. Het tweede nieuws is de blijvend heldere hemel; de zon is het enige niet-blauwe object boven de bomen, en het belooft een mooie dag te worden. Ik warm wat op in de zon, terwijl alle anderen al vertrekken, en ga pas daarna inpakken. Ik eet de rest van mijn apenoten als ontbijt, en vertrek.

Een stukje pad door het woud




Na ongeveer een uur wandelen, mijn beide knieen doen van in het begin al pijn, kom ik bij een noodhut. Ik hoop daar water te vinden, maar word teleurgesteld. In een kreekje dichtbij vul ik mijn fles, hopend dat mijn maag resistent genoeg zal zijn, en ga verder. Er zijn twee sidetracks op de weg, die naar in totaal 3 spectaculaire watervallen op de Mersey River leiden. Bij de derde zitten vier dames die ik in de hut ontmoet heb, en zij kijken toe hoe ik op mijn blote voeten uitglijd bij het oversteken van de rivier. Vliegensvlug sta ik recht, en ik vis mijn camera uit mijn heuptas en mijn gsm uit mijn broekzak. Miraculeus genoeg werken beide speelgoedjes nog.

Waterval #1: Fergusson Falls







Waterval #2: D'Alton Falls








Ik leg me te drogen op het rotsstrandje bij de waterval, en besluit om eindelijk eens mijn kaart die zowel vandaag als op dag 2 doorweekt geraakt is uiteen te pluizen, om te zien of ik er nog iets mee aanvangen kan. De kaart valt uiteen in een tiental fragmenten, maar het deel dat ik nog nodig heb is bijna intact. Op de terugweg naar het hoofdpad zie ik een relatief grote slang opzijglijden bij het naderen van mijn voetstappen. Ik zie de kop van het beest niet, maar het zichtbare deel van het lichaam is ongeveer zo lang als mijn onderarm.

Waterval #3: Hartnett Falls






Mijn kaart. Het relevante en nog bruikbare deel is de L-vorm rechts



Ik vervolg mijn weg, steeds trager want mijn knieen houden blijkbaar nog minder van afdalen dan van klimmen. Daarenboven zijn mijn voeten de scherpe nokken van de boomwortels en de oneffen rotsen meer dan beu. Ik kom toe aan Bert Nichols' Hut in een zielig tempo, maar de dames zijn onder de indruk van mijn snelheid. Zij zijn 5min eerder toegekomen, en ik ben een half uur langer dan zij aan de waterval gebleven.

Die avond herbegin ik in On the Road, dat tegen nu goed op weg is een van m'n all time favourites te worden. Langzaamaan ontluikt een idee om in de zomer van 2011 de USA te roadtrippen. Ik overweeg daarnaast om morgen een rustdag in te lassen, om mijn arme benen te helpen genezen.

Vertrek: 9u30
Aankomst: 16u
Afstand: 10 + 1.5 + 1 (etappe 5 en twee sidetracks)

donderdag 4 maart 2010

Overland Track, dag 3

De nacht is afschuwelijk. Niks onder mijn knieen geeft ooit tekenen van opwarmen, en mijn slaapzak blijft nat en kil aan het voeteneinde. Ik probeer de lucht op te warmen door te blazen, wat vast een bizar lawaai maakt voor het koppel op de andere plank, maar dat maakt de lucht uiteindelijk alleen nog vochtiger. Ik word verward wakker met mijn hoofd aan de andere kant, en een eindelijk bijna droge maar nog steeds koude slaapzak.

Gelukkig ziet het ernaar uit dat we minstens een uur zon krijgen (op verdere voorspellingen kan je hier nooit rekenen), en ik haast me met mijn kleren te drogen hangen. Ik plan er een rustige dag van te maken, want gisteren zit nog in mijn benen. Ik praat nog wat met de oudere dames, die plannen die dag alleen wat rond te wandelen in de buurt en een tweede nacht in New Pelion Hut te spenderen, terwijl alle andere overnachters wegdruppelen. Ik krijg warme muesli (ongevraagd) van de tot dan toe nurkste van de drie, en krijg eindelijk weer wat gevoel in mijn voeten door de nog waterige ochtendzon.

De dames vertrekken rond 11u, en ik wacht nog anderhalf uur tot alles behalve de mouwen van mijn twee truien opgedroogd is. Wanneer ik eindelijk vertrek op de 'korte' wandeling van 3u, heb ik voor de eerste keer in een etmaal warm, want de dag blijft lekker zonnig.

Het bos is divers en pittoresk



Pauzeren op de brug boven een klaterend kreekje




Na een uur begint langzaamaan mijn linkerknie te steken van de peespijn, en het lijkt niet weg te zullen gaan. Ik probeer mijn gewicht bij de beklimmingen en afdalingen vooral op mijn rechterknie te zetten, maar na nog een uur begint ook die pijn te doen. Ik laat wijselijk na Mount Ossa op te klimmen, en de combinatie van de kniepijn en die in mijn voeten - want werkelijk, wat voor schoenen draag ik (zie dag 1) - zorgt ervoor dat ik toekom bij Kia Ora Hut als een kreupele.

Uitzicht aan het kruispunt dat naar Mt Ossa leidt




Een van de vele bergkammen in de buurt, The Acropolis denk ik





Voor de eerste keer krup ik warm in mijn slaapzak, en ik hoop zo te blijven tot de morgen.

Vertrek: 13u10
Aankomst: 16u35
Afstand: 9 (etappe 4)

Overland Track, dag 2

Ik heb een moeilijke nacht op de planken beddenbak, want mijn voeten worden en blijven koud. Na een veel te levendige droom over slangenbeten en slangen eten word ik eindelijk definitief wakker. Het is 8u en de meeste van de 20 overnachters zijn al up and about. Mijn voeten zijn nog steeds koud en ik heb weinig zin om te bewegen. Ik overtuig mezelf, pak in sneltempo weer alles in, eet mijn laatste honingbrood en ga op weg voor de anderen.

Na bijna een uur wandelen zijn de stramme knieen en de ijsvoeten verdwenen, en ik kom bij de sidetrack naar Lake Will en ga die weg op. Het meer is mooi, met een goed zicht op die eeuwige Barn Bluff, maar de overtrokken hemel maakt alles een beetje grauw. Terug aan het hoofdpad gekomen pauzeer ik kort, en ik praat wat met een Indisch-Amerikaans koppel dat net dan toekomt aan de sidetrack.

Lake Will is bloedmooi maar het weer is grauw



Zicht vanop een ministrandje




Daarna passeert een fris uitziende gids voor de touroperator die geleide wandelingen over de Overland Track organiseert, naar verluidt voor 2500$ per persoon. Ik vertel haar zonder nadenken dat ik waarschijnlijk sneller zal moeten gaan omdat mijn voedselvoorraad te snel slinkt, en even later biedt ze me een 6granenbrood van de organisatie aan. Ik bedank haar hartelijk, na vijf keer vragen of ze wel zeker is, en eet weer een honingboterham eens ze wegwandelt.

Ik vervolg mijn weg naar de hut bij het adembenemende Lake Windermere, en kom daar toe rond half 1. Ik heb de keuze om te blijven of te proberen de New Pelion Hut, 5u wandelen ver, te bereiken. Daar ik me de vorige namiddag wat verveeld heb, ga ik op pad. Na een half uur begint het te druppelen, en ik probeer mezelf wijs te maken dat het wel vlug zal overwaaien. Ik krijg niet koud, want ik eet veel kleine snacks en ik beweeg goed.

Lake Windermere vanuit de verte



Lake Windermere van iets dichterbij




Na ruim een uur van dattum bereik ik een naamloze lookout point over een fantastische vallei, en de regen stopt even. Wat verder, in Pine Forest Moor, begint het weer te regenen, wat het een bijzonder moeilijk doorstapbaar terrein maakt. Ik kom een ranger genaamd Jennifer tegen die in de tegenovergestelde richting wandelt en me meewarig aankijkt, want ik ben in beide richtingen uren van een hut verwijderd en ik heb niks waterdichts aan.

Lookout point



Lookout point




In het tweede bos begint de regen pas echt door te slaan, en ik lach mezelf en mijn overmoed wat uit. Ik blijf echter goedgemutst, al ben ik onderhand doornat geworden. Ik kom een piepklein platformpje bij een kreek tegen, en hoop dat dat de 'camping' Frogs Flats is. Dat zou namelijk betekenen dat ik sneller dan gedacht vooruitga, en maar anderhalf uur van New Pelion Hut verwijderd ben. Een uur later informeert een tweede rangervrouw me dat ik binnen 2min aan Frogs Flats zal toekomen. Ik vloek de hemel toe en pauzeer eventjes.

Ik ben doorweekt alsof ik onder een douche sta, en beslis van trui en T-shirt te wisselen. Het druppelt namelijk even in plaats van te gieten, en ik neem die gelegenheid te baat. Mijn rugzak is duidelijk niet waterdicht, want al mijn kleren zijn al dampig tot nat. Ik zoek de 2 droogste T-shirts en de droogste trui uit, en wissel van tenue. Een dikke wallaby bekijkt mijn halfnaaktheid, maar hij is vast meer geinteresseerd in mijn rice krispies.

Even later ben ik voorlopig droog, en ik ga opnieuw op weg. Het pad dat ik moet volgen is een grote opeenvolging van plassen met rotsen en boomwortels als afgrenzingen. Ik ben er meer dan 3u in geslaagd mijn schoenen droog te houden, maar hier is dat gewoon onmogelijk.

Het pad na ongeveer 3u regen




Na een uur is de regen doorgedrongen tot aan mijn onderste T-shirt. Eindelijk zie ik mijn bestemming aangeduid bij de kruising die naar de Old Pelion Hut leidt. De laatste 15min droom ik van cherry pies candy bars and chocolate chip cookies, en nog meer van warmte en droogte. In dat laatste kwartier stopt de regen eventjes, maar een minuut voor mijn aankomst bij de hut begint het opnieuw te storten.

Op de droge momenten stomen de wouden van de waterdamp



Dit is het enige stukje blauwe hemel dat ik die dag zie




New Pelion Hut is echter gevuld met al even dampende mensen, en de lucht is kil en vochtig. Er is wel nog plaats in de gigantische hut, maar de temperatuur blijft dalen want het gas voor de noodverwarming is op. Intussen zoek ik naar de paar kledingstukken die nog grotendeels droog zijn, en ik kruip gekleed in mijn vuile en natte slaapzak. Ik dwaal nog wat rond om op te warmen, en krijg warm water aangeboden van drie dames in de zestig. De thee warmt me amper op, en heel wat rice krispies later ga ik slapen.

Vertrek: 8u45
Aankomst: 18u30
Afstand: 7.75 + 16.75 + 3 (etappe 2, etappe 3, sidetrack Lake Will)

dinsdag 2 maart 2010

Overland Track, dag 1

De nacht toont zijn Tasmaanse charme, met een fikse regenbui. Ik denk aan Max' opmerking dat iets dat nat wordt op de Overland Track niet meer droogt. Rond 5u word ik gewekt door (waarschijnlijk) een possum, die probeert door mijn tentgaas heen te bijten om bij mijn voedsel te raken. Ik jaag het beest uiteindelijk weg door veel lawaai te maken en de tent te bewegen. 's Ochtends neem ik de schade op. Het buitenzeil is niet overdreven nat meer, en het binnengaas is ietwat aangetast maar niet doorgebeten. Ik ontbijt met brood met honing, fotografeer een dikke wallaby die naast mijn opgebroken tent komt hoppen, en douche voor de laatste keer in waarschijnlijk een week.

Kaartje van de Overland track


Dikke wallaby



Om 9u neem ik de shuttle naar het vertrekpunt van de Overland Track, en daar fotografeer ik een groep die ook vertrekken zal. Zij doen mij hetzelfde plezier en ik zet aan.

Net voor het vertrek


Mijn schoenen



Het begin is een klim naar de meren rondom Cradle Valley, en daarna naar Marion's Lookout over Dove Lake (dat ik al gedaan heb met de 4 Waalse dames) en Crater Lake. In het begin zijn mijn knieen wat stram van de koude nacht en de harde ondergrond, maar dat verdwijnt vlug. Cradle Mountain zelf, een gigantische rots, is dan nog volledig in de wolken gehuld, die nogal laag hangen. Terwijl ik de berg nader, na de bijzonder guurbewaaide klim naar de Lookout, beginnen de wolken wat te stijgen. Het loopt tegen de middag aan, en soms is het bijna warm te noemen.

Crater Lake


De klim naar Marion's lookout


Uitzicht op Marion's lookout over Dove Lake




Ik laat mijn grote rugzak achter in the Kitchen Hut (geen keuken te bespeuren) en ga met Alan en Wayne, twee jolige veertigers, de berg op. De klim is zo'n 400m hoog op een afstand van 1km, en aan het begin van de berg zijn 4 mannen aan het werk om het pad te verbeteren. We babbelen wat met hen, en ze blijken vrijwilligers te zijn, die even verder kamperen tot hun werk klaar is. Het is zondag, tussen haakjes.

Verder op de klim wordt de wegaanduiding onduidelijk, en Alan die vooraan loopt vergist zich van pad. We zijn al 100m ver op het belachelijk steile en gevaarlijke stuk berg als Alan even omkijkt en ziet dat de werkmannen beneden signalen geven naar ons dat we moeten afdalen. We krabbelen terug, een paar minilawines veroorzakend, en vinden na even het juiste pad terug. Een Frans koopel dat op de terugweg is, vertelt ons even later dat er boven niets te zien valt wegens de wolken. Alan en Wayne gaan verder want ze doen niet de Overland Track maar gewoon een dagwandeling, en Cradle Mountain is hun bestemming. Ik heb geen zin om een uur te verliezen en nat te worden voor 'niets', en ga naar beneden. Daarenboven ben ik wat vermoeid en hongerig, en begint mijn hoogtevrees op te spelen.

Cradle Mountain voor de klim


Aan de voet van Cradle Mountain


Het belachelijk steile 'pad' waar we verloren liepen


Cradle Mountain na de klim


Uitzicht vanop Cradle Mountain


Uitzicht vanop Cradle Mountain



Ik vervolg mijn weg over het adembenemende Cradle Plateau, waar elk uitzicht een foto waard is. Nog meer dan door Cradle Mountain wordt dit plateau gedomineerd door de Barn Bluff, die als een gebalde vuist in de hemel omhoogsteekt. Ik ontmoet opnieuw even de Fransen en laat hen definitief achter me. Later passeer ik twee Duitse meisjes die traag vooruit gaan, maar toch 2 etappes in 1 dag willen doen. Mijn wandeling eindigt in Waterfall Valley, waar ik echter geen cascades zie. Er is wel de eerste overnachtingshut, en ik ben blij te zien dat er nog plaats voor me is. Ik moet dus m'n tent niet opzetten.

Vertrek: 9u15
Aankomst: 15u
afgelegde afstand: 10 + 2 (etappe 1 + side track Cradle Mountain)