Het was al van tevoren mijn plan om na de road trip rond Tasmanie daar een tijdje te blijven, en zo goedkoop mogelijk te leven. Daarom heb ik me vooraleer ik vertrok uit Sydney ingeschreven bij WWOOF, ofte Willing Work On Organic Farms, een organisatie die zich richt op backpackers en andere light travellers. De bedoeling is dat een persoon vrijwillig en gratis een paar uur per dag op een boerderij gaat werken, in ruil voor kost en inwoon. De taken zijn zo gevarieerd als de soorten boerderijen, en er kan ook verwacht worden dat de WWOOFer kuist, kookt, afwast en/of wat op de kinderen let.
Ik voerde een redelijk rigoureuze selectieprocedure door in het boekje met de kandidaat-families. Enkele bizarre verzoeken als "VERY gay/lesbian/bi-friendly" en "must prefer Abbey Road to Sgt. Peppers" werden direct van de hand gewezen for the benefit or Mr. Kite. Ook families die geen elektriciteit gebruiken, of verwachten dat ik een week in m'n tentje in de tuin ga wonen, leken me ongeschikt. Ik zie mezelf niet bepaald met grote dieren werken, en dus werden de paarden-, koeien- en varkensboerderijen ook geschrapt. Aangezien ik nog steeds heel wat families overhield, kon ik ook de vegetariers en andere hippies uit de lijst weglaten.
Uiteindelijk bleven er voor heel Tasmanie nog een dertigtal boerderijen over. Ik koos er vijf uit in het noordwesten van het eiland, en stuurde hen op woensdag 3 februari een gepersonaliseerde e-mail, waarin ik wat vertelde over wie ik ben en waarom ik hun farm wel nice vond. Een halve dag later had ik al twee antwoorden: Prue en Onno Holling uit Ulverstone "German speaking (2nd language)" konden mij verwelkomen vanaf de 13e, en naar de bloemenboerderij van Robin en Kees Krabbe - moet wel een Hollander zijn - kon ik zo goed als meteen komen. Ik had echter drie nachten in mijn dodgy hostel te Devonport geboekt, en meestal is dat soort dingen non-refundable, dus kon ik pas de 6e daarheen gaan.
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
0 reacties:
Een reactie plaatsen