Op woensdagochtend sta ik op om 5u, en ik neem een halfuur later een taxi op Broadway om zo snel mogelijk aan het verkooppunt te zijn. Ik kom toe om 5u45 ben de 16e in de rij. Elke persoon mag maximun 2 tickets kopen, en er zijn die dag een twaalftal shows op til. Ik ben zowat gegarandeerd van m'n ticket - het is werkelijk ondenkbaar dat er minder dan 30 tickets beschikbaar zouden zijn voor Laura Marling - en kan ontspannen verderlezen in Crime and Punishment. Ik ben slechts een halve pagina ver in deel 3 als een vijftiger me aanspreekt. Aangezien ik lees, Dostojevski dan nog, moet ik wel al Ruhe gezien hebben, redeneert hij. Ik zie de link tussen die twee niet, maar bizar genoeg heeft hij gelijk. Ik vertel hem wat en we dwalen af richting rundveegesprekken. Er volgen nog heel wat gesprekjes, de helft ervan nerveuze vragen van nieuwtoegekomenen over wat we willen zien, en of zij nog een ticket zouden kunnen krijgen voor hun plat prefere.
Rond kwart over zeven komt de oudere dame van maandag toe, en ze vraagt me een ticket te kopen voor Marcin Wasilewski Trio. Ik kijk eens raar, maar het blijkt om een Poolse naamgenoot/muzikant te gaan wiens beide benen nog heel zijn. Ik beloof het ticket te kopen, voor haar dochter, en zij gaat op haar plaats in de rij staan, in de hoop er nog 2 extra te kunnen bemachtigen voor haar en haar man. Anders zal kindlief alleen moeten gaan.
's Avonds is er dan eindelijk de show waar ik al op wachtte sinds november, en madame stelt niet teleur. Een hoop nieuwe songs, een paar oude, en tussendoor bizarre, korte verhaaltjes die haar zo schijnbaar bereikbaar maken. De verhaaltjes zijn duidelijk volledig onvoorbereid en ze valt soms over haar woorden, haar stem trilt ietwat, ze raakt haar draad kwijt, etc. De criticus vindt het amateuristisch, ik noem het de aandoenlijkheid van de oprechte spontaniteit. Meer smitten dan ooit lach ik om haar haarkleuravontuur en haar gitaarstemperikelen, en word ik stil als ze 't eventjes heeft over haar vader. Na de show ga ik nog eens naar the Local, toch mijn favoriete stek in Sydney, en ontdek daar de godendrank Southern Comfort. Ongelooflijk lekker, en wie weet helpt ze me er ooit zo'n fantastische whiskystem te krijgen als de goddelijke Janis Joplin. Dat is makkelijker dan leren zingen, concludeer ik.
Donderdagochtend ben ik ruim op tijd wakker om me nergens voor te moeten haasten, en ik zet me om 7u in de ontbijttaverne. De keuken heeft er blijkbaar weinig zin in, en ik krijg mijn ontbijt om 7u25. Plots gehaast schrok ik m'n bacon and eggs on toast (zeer mjammie, en dat voor maar 8$ !) binnen, en ik ga in looppas naar het station. De klok toont 7u42m08s als ik op het perron toekom, en voor mijn neus zet de trein zich in gang. Een achtergebleven bediende raadt me aan te proberen een refund te krijgen, al is m'n ticket unrefundable.
Ik ga op missie (al is mijn eerste zorg in Melbourne geraken voor de boot vertrekt) en beslis dat zielig-gelaten doen tegen de loketbediende best zal werken. Dat blijkt geen probleem, want het is exact hoe ik me voel. Ik heb geluk dat de verantwoordelijke een zachtaardige, gezette, kleine vrouw in de veertig is. Mijn verhaal en feromonen werken (ik heb wat afgezweet in looppas met 30 kilo bagage), en een paar telefoontjes later glundert ze dat alles in orde is. Ze helpt me ook een stoel te reserveren in een bus die om 9u10 vertrekt, en die me op 13u tijd in Melbourne brengen kan. Die reis net iets goedkoper is dan de trein, dus ik boet er alleen wat comfort bij in.
Rond 4u in de namiddag besef ik plots dat ik geen bed heb in Melbourne. Ik sms naar Chloe of ze kan informeren in de Metro YHA, maar die is volzet, net als alle andere YHA's trouwens. Ik bel naar Brett de jetsetter en die maakt na drie minuten warrigheid duidelijk dat hij alles zal doen, maar niets kan beloven. Ik weet uit ervaring dat hij eigenlijk bedoelt dat hij me niet zal kunnen (of willen ?) helpen. In de grootstad dwaal ik naar North Melbourne, de suburb die ik best ken, en ik spreek kort af met Chloe en Laurence dat we de dag erna een taxi nemen van aan de YHA naar de haven. Het is bijna 11u 's avonds en het is tijd voor de wanhoopsplannen. Ik vraag een paar mensen op straat of ze een bed, een zetel of desnoods wat vloer voor me overhebben, maar men weigert. Ik stap de drempel van een openstaande voordeur op, en ook daar werkt mijn mercy call niet. De man wijst mij er wel op dat er twee straten verder een vuil hostel is, genaamd Bozo's Backpackers, waar vaak wel nog plaatsen zijn. Ik besluit dat ik, als dat niet werkt, kan gaan smeken in de Prudence Bar waar ooit mooie Zoey vertoefde.
Het enige vuile aan Bozo's Backpackers is een zestiger met een vieze stoppelbaard en een wifebeater. De man, Bozo zelve, verhuurt me zijn laatste kamer voor een kortingprijs alvorens zelf te gaan slapen. Ik kijk een beetje naar een spektakeltennismatch met Patrick Rafter, die saai wordt na ruwweg 10 minuten, en besef dat de stad zo vol zit wegens de Australian Open. Ik verneem ook dat Justine Henin door is naar de finale na een match die ze zo makkelijk won als Clijsters haar vierde ronde verloren heeft, en ga een Three Ravens drinken in Prudence Bar. Twelve Ravens en weer een aantal leuke gesprekken later kom ik weer bij Bozo's, en ga ik slapen.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten