donderdag 4 februari 2010

End of an era, pt. 1

Op 10 januari laat ik weten aan huisbazin Julie dat ik wil vertrekken op 31 januari, de dag dat mijn standaardhuurcontract aflopen zou. Verlenging is mogelijk, maar ik vind dat ik al lang genoeg in Sydney gebleven ben. Tijdens de week van de 18e krijg ik echter al zwaar de kriebels om te bewegen, want op een week in november, en kerst na, ben ik drie maanden lang in en rond Sydney gebleven. Ik beslis om te vertrekken zo kort mogelijk na het optreden van Laura Marling de 25e, waarvoor ik een ticket heb.

Ik leg contact met Chloe en Laurence, twee aangename Waalse meisjes die ik leren kennen heb op oudejaarsavond, en waarvan ik weet dat ze eind januari naar Tasmanie denken te gaan. Zij blijken de ferry, de Spirit of Tasmania, te gaan nemen in Melbourne op vrijdagochtend de 29e januari, om 9u. Als ik met hen mee wil, moet ik dus op donderdagavond in Melbourne zijn, en liefst wat eerder eigenlijk. Ik laat weten aan Julie dat ik de 26e of zo kort mogelijk daarna het appartement zal vrijmaken. Na wat geharrewar over terug te krijgen huur en waarborg raken we akkoord, en maak ik me klaar om in blitz te kunnen vertrekken.

De 24e is er een One Day International cricketmatch tussen Australie en Pakistan in de Sydney Cricket Ground, en ik beslis die bij te wonen om eens te zien waar zo veel mensen hier zo wild van lopen. Mijn stoeltje kost 80$ en is zijn geld blijkbaar waard, want de wedstrijd duurt zeven uur. Helaas wordt het nooit echt spannend, want tijdens het batten van Australie bouwt dit team een voorsprong uit die het verzwakte Pakistaanse team nooit zal kunnen overbruggen. Van half zes tot half tien verveel ik me dan ook nogal, hoewel ik volgens de regels van de toeschouwerskunst veel applaudisseer en me schijtezat zuip (werkelijk, dat hoort zo !). Tegen 7u verveelt iedereen zich blijkbaar - het is tegen dan overduidelijk dat Pakistan het niet aankan - en men begint lege bierbekers te verzamelen en te stapelen. Een tiental keren weerklinkt applaus en gejoel voor een ketting bekers van een meter of 3-4 lang ergens in de tribune. Applaudisseren voor de match gebeurt bijna niet meer. Een heel aantal zatte mensen wordt buitengesmeten, maar dat kan hen weinig schelen want ze hebben toch al 5u entertainment gehad. Op weg naar huis loop ik bijna verloren, en ik heb slechts een vaag idee van waar ik ergens ben. Eens thuisgekomen na een zwerftocht van een uur val ik in slaap voor ik het deken over me heen kan trekken.

Gelukkig heb ik mijn wekker gezet voor ik dronken werd, en ik ben op de 25e op tijd wakker om mijn via internet betaalde ticket voor Laura Marling op te halen in het stadscentrum. Helaas heb ik iets verkeerd gedaan en iets verkeerd gelezen, want mijn ticket is nooit betaald, en het "ophalen" is blijkbaar alleen voor last-minute tickets die men gewoon ter plaatse koopt. Dat alles komt helaas pas aan het licht na een wandeling van 45 minuten, tijdens de luchtige gesprekken die ik voer met andere wachtenden in de ochtendfriste - die wonderen doet tegen mijn dreigende kater. Tegen dat het mijn beurt is, is Laura Marling allang uitverkocht voor die dag. Gelukkig speelt my Darling ook nog op woensdag en donderdag, en heb ik nog geen vervoerstickets naar Melbourne besteld. Ik vraag en passant aan een van de laatsten die een ticket voor haar konden bemachtigen hoe laat hij toegekomen is, en hij antwoordt 6u15.

Intussen sta ik dan in die rij, en ik ga in het programma op zoek naar een back-upplan. De vriendelijke Brits-Canadese dame die voor me staat te wachten raadt een Voltairebewerking genaamd "Optimism" af, en zegt dat ik voor iets rustigs en/of onpopulairs zal moeten gaan omdat we te laat toegekomen zijn. "Ruhe" wordt uiteindelijk mijn keuze: het is een samenwerking tussen - werkelijk, u raadt het nooit - Josse De Pauw en het Collegium Vocale Gent. Ze staan met een tienatl voorstellingen op het festival, en het is voor hen dat ik een maandagavondticket koop. Het evenement vindt plaats in de Great Hall van de University of Sydney, toevallig bijzonder dicht bij mijn woonst en een van de plaatsen waar ik de vorige avond langs gedoold ben.

Wijl het Collegium in het Duits liederen van Schubert zingt, brengen twee acteurs in Engels met een - disons - sappig accent diepmenselijke monologen van individuen die fout waren in de tweede wereldoorlog. De sereniteit van het schouwspel en de sfeervolheid van de imitatiemiddeleeuwse setting maken een diepe indruk op me, en ik besef dat de meerderheid van de collaborateurs ook maar wat deden, en vaak heel oppervlakkige redenen hadden voor de beslissingen waarvoor ze vaak een leven lang verguisd zijn. Dat hun positie pas volledig de foute werd toen de oorlog in haar beslissende fase kwam.

Diep geraakt slenter ik naar
Mijn voorlaatste nacht in Glebe

Geen opmerkingen:

Een reactie posten