In de nasleep van mijn vorige entry is het mij duidelijk geworden dat ik daar wel enige aanpassingen zal moeten ondergaan: een eenzame immigrant kan wel zijn bagage meebrengen maar niet zijn hele leven. Met één van mijn gewoontes zit het al snor: tegenwoordig ga ik wegens Feesten, gethesis, halveziekte en nog enige shenanigans meestal rond 8u 's ochtends slapen, wat perfect is Down Under, want daar is 't dan een uur of elf 's avonds. Nice is dat.
De andere gewoontes gaan wat moeilijker uit m'n systeem te puren zijn. Ik neem aan dat ik daar niet vaak toegang zal hebben tot het internet, en dat wil zeggen dat ik dus daadwerkelijk zal moeten praten met mensen. Beangstigend is dat. Ook telefoneren, waar ik normaalgezien een bloedhekel aan heb wegens de stiltes en de miscommunicaties en het feit dat je bijna altijd belt met een doel en slechts zelden precies lijkt te krijgen wat je wilde, zal ik daar dagelijks moeten doen. Afstotend is dat. En het hele Ausländerbestaan van de toerist die welgeteld drie straten en twee winkels weet zijn, spreekt me ook niet bepaald aan.
Maar waarom ga ik er dan heen ? Wel, precies om die moeilijkheden nog eens mee te maken, iets op te moeten bouwen. De leap of faith van de investering van de tijd, het geld en de denkkracht in wat na de awkwardness de uitzonderlijkste episode in mijn leven wordt. Het breken met rust en roest, om er later naar terug te keren met een nieuwe soort glimlach, en op een andere manier de foetushouding van mijn geborgen leven hier terug aan te nemen.
Ik weet nu al dat ik soms zal terugverlangen naar hier, in de stille momenten voor de slaap komt, maar elke dag daar zal ik nieuw en heruitvindbaar zijn, en zo voel ik me hier niet vaak.
woensdag 29 juli 2009
maandag 13 juli 2009
Een jaar zonder winter
Ik had op die bewuste vrijdagnamiddag in april nooit kunnen vermoeden dat een op z'n Kenny's Kachtems uitgesproken zin als "Ey ey gasten, gaan we naar Australië ?" op de middellange termijn zo'n invloed zou hebben op mijn leven. Toehoorders van deze zin waren Aäron, een zich zeer goed verzorgende kerel van eenentwintig die er een hobby van maakt er onverzorgd uit te zien, en ondergetekende. Deze laatste zwoer ooit dat hij niet ging toegeven aan de bedroevende trend tot emotionele prostitutie die blogs en social networking sites vormen, maar oude beloftes roesten wel vaker, en deze eed was al eens gebroken. Ik heb ooit nog, als een soort vriendendienst voor iemand die ik amper kende, een viertal blogentries geschreven. Eén ervan was goed, al zeg ik het zelf, de andere drie matig. Ik hoop dat deze blog net iets hoger zal staan van kwaliteit, aangezien ik plan hier wel iets betekenisvol in te steken - al ziet het er, aan deze entry te merken, niet bepaald rooskleurig uit.
Maar terug naar mijn verhaal. Bovenvermelde zeven woorden maakten Aäron en mij hoogst enthousiast, en we besloten met ons drieën een infosessie bij te wonen van de organisatie wier poster Kenny op de Blandijn gezien had. Ook die ging smooth, maar in de volgende maanden taande Aärons enthousiasme (ik heb hem er nooit meer over horen spreken) en besefte Kenny dat hij nog zijn lerarenopleiding moest volgen. Zo bleef ik dus alleen over met mijn enthousiasme, en ik twijfelde of ik wel echt wilde gaan. Ik heb mezelf over de voorbije twee jaar namelijk opgezadeld met de Vloek van Twee Thesissen, een hoogst amusant maar tijdrovend paar obstakels richting mijn afstuderen.
Hoe verder het voorbije academiejaar echter vorderde, hoe meer ik neeg naar vertrekken richting die kwak aarde Down Under. Ik kan niet verklaren waar die Drang nach Süden vandaan kwam, het idee groeide gewoon steeds meer in mijn hoofd. De basis van mijn verhaal was altijd dezelfde - de infosessie en de lerarenopleiding en blablabla - maar de clou veranderde constant: "misschien ga ik naar Australië" werd "ik denk erover om naar Australië te gaan" en "waarschijnlijk ga ik naar Australië". Vorige week ergens, ruim drie maanden na de bewuste zeven woorden, werd dan eindelijk de beslissing gemaakt, en voor de eerste keer zei ik eenvoudigweg "ik ga naar Australië". Die woorden voelden goed: krachtdadig en twijfelloos - na drie maanden schipperen en wikken en wegen.
Intussen zijn alle modaliteiten bepaald: ik ga gaan overwinteren in een land waar het dan volop zomer is. Van oktober tot maart spreek ik Sjieklettenbakkenengels in een land dat geen crisis kent en waar voetbal eerder lijkt op een uit de hand gelopen worstelwedstrijd. Geen sneeuw voor mij dus tot rond nieuwjaar 2011 - tenzij het Belgische weer voor mijn vertrek of na mijn terugkomst beslist weer eens op z'n kop te gaan staan. Vandaar dus de titel van deze blog, die vast veel mensen afschrikt door de associatie met ondermaatse poëzie. Meer nieuws volgt in de volgende blogentries, maar nu dringt een kort maar krachtig gedicht zich op:
Ik ben
Winterloos
Niets dan hevig wit
Maar terug naar mijn verhaal. Bovenvermelde zeven woorden maakten Aäron en mij hoogst enthousiast, en we besloten met ons drieën een infosessie bij te wonen van de organisatie wier poster Kenny op de Blandijn gezien had. Ook die ging smooth, maar in de volgende maanden taande Aärons enthousiasme (ik heb hem er nooit meer over horen spreken) en besefte Kenny dat hij nog zijn lerarenopleiding moest volgen. Zo bleef ik dus alleen over met mijn enthousiasme, en ik twijfelde of ik wel echt wilde gaan. Ik heb mezelf over de voorbije twee jaar namelijk opgezadeld met de Vloek van Twee Thesissen, een hoogst amusant maar tijdrovend paar obstakels richting mijn afstuderen.
Hoe verder het voorbije academiejaar echter vorderde, hoe meer ik neeg naar vertrekken richting die kwak aarde Down Under. Ik kan niet verklaren waar die Drang nach Süden vandaan kwam, het idee groeide gewoon steeds meer in mijn hoofd. De basis van mijn verhaal was altijd dezelfde - de infosessie en de lerarenopleiding en blablabla - maar de clou veranderde constant: "misschien ga ik naar Australië" werd "ik denk erover om naar Australië te gaan" en "waarschijnlijk ga ik naar Australië". Vorige week ergens, ruim drie maanden na de bewuste zeven woorden, werd dan eindelijk de beslissing gemaakt, en voor de eerste keer zei ik eenvoudigweg "ik ga naar Australië". Die woorden voelden goed: krachtdadig en twijfelloos - na drie maanden schipperen en wikken en wegen.
Intussen zijn alle modaliteiten bepaald: ik ga gaan overwinteren in een land waar het dan volop zomer is. Van oktober tot maart spreek ik Sjieklettenbakkenengels in een land dat geen crisis kent en waar voetbal eerder lijkt op een uit de hand gelopen worstelwedstrijd. Geen sneeuw voor mij dus tot rond nieuwjaar 2011 - tenzij het Belgische weer voor mijn vertrek of na mijn terugkomst beslist weer eens op z'n kop te gaan staan. Vandaar dus de titel van deze blog, die vast veel mensen afschrikt door de associatie met ondermaatse poëzie. Meer nieuws volgt in de volgende blogentries, maar nu dringt een kort maar krachtig gedicht zich op:
Ik ben
Winterloos
Niets dan hevig wit
Abonneren op:
Posts (Atom)